Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder bij essenscia, reageert op econoom Paul De Grauwe, die zich scherp uitliet over de chemie-industrie in zijn column en media-optredens. Wie de chemiesector afschrijft als ‘industrie van het verleden’, miskent zijn cruciale rol in de economie van morgen, waarschuwt hij.
Dit opiniestuk is op 9 april gepubliceerd in De Morgen
“We moeten de chemie afstoten, het is industrie uit het verleden.” De voorbije weken lijkt econoom Paul De Grauwe in zijn columns in De Morgen een kruistocht te voeren tegen de chemiesector. Hij ziet zelfs een parallel met de teloorgang van de Waalse staalindustrie en de steenkoolmijnen.
Die negatieve framing is fout en niet zonder gevaar. Dit gaat niet over creatieve destructie, waarbij iets ouds plaatsmaakt voor iets nieuws. Dit gaat over het risico dat we zonder chemie de fundamenten uit handen geven waarop de economie van morgen wordt gebouwd.
Om te beginnen loopt de vergelijking met steenkool en staal mank. Steenkool was een eindig verhaal. Het verloor zijn dominante rol in de energiemix en werd vervangen door betere alternatieven.
Staal is dan weer een vrij eenduidig eindproduct. Waalse staalfabrieken waren technologisch achterop geraakt. Hun inplanting nabij steenkoolmijnen, die gaandeweg werden gesloten, bleek achteraf een structureel nadeel.
Strategische revival
Chemie zit fundamenteel anders in elkaar. Het is geen welbepaald product of vervangbare energiebron, het is een complexe waardeketen die aan de basis ligt van 95 procent van alles wat we gebruiken. Het zit in het hart van onze samenleving: van medicijnen tot isolatiematerialen, van elektrische wagens tot zonnepanelen. Zonder chemie geen gezondheidszorg, geen duurzame mobiliteit, geen klimaatoplossingen. Dat is geen bluf, dat zijn feiten.
Bovendien vertrekt de chemie in België vanuit een sterke uitgangspositie, met een zeer strategische ligging en een unieke integratie van bedrijven, productieprocessen en infrastructuur. De voorbije vijftien jaar hebben chemiebedrijven in ons land bijna 25 miljard geïnvesteerd in vernieuwing en vergroening. Dan ben je geen industrie die vasthoudt aan het verleden, dan geef je mee richting aan de toekomst.
Dat neemt niet weg dat de chemiesector voor ongeziene uitdagingen staat en zich zal moeten heruitvinden. Chemie is inherent energie-intensief en historisch gegroeid vanuit de beschikbaarheid van fossiele grondstoffen. De transformatie is ingrijpend, maar ze is al decennia aan de gang. Zo is de sectoruitstoot van broeikasgassen al meer dan gehalveerd.
De chemiesector verliezen zou domino-effecten veroorzaken in de hele economie.
Die transitie moeten we ondersteunen, niet ondergraven. Dat zal niet alleen winnaars opleveren. Niet elk chemiebedrijf zal die omslag met succes kunnen realiseren. Maar in het algemeen heeft de chemiesector het potentieel om het omgekeerde verhaal te schrijven van steenkool en staal: geen dramatisch afbouwscenario, maar een strategische revival.
Dat is ook in het belang van de Belgische economie. De vraag naar chemieproducten zal de komende decennia toenemen. Want ook de technologieën van morgen, van AI tot cleantech, rekenen op de bouwstenen uit de chemie-industrie. De chemie heeft dus een toekomst, alleen moeten we ervoor zorgen dat die zich bij ons kan afspelen. De chemiesector verliezen zou onvermijdelijk domino-effecten veroorzaken in de hele economie, inclusief de dienstensector.
Duurzame chemie
Vandaag staat de chemie in België zwaar onder druk: hogere energiekosten, strengere regelgeving en een verstoring van de wereldhandel, doordat machtsblokken als de Verenigde Staten en China uitpakken met wispelturige invoertarieven en ongelimiteerde staatssteun. We strijden met ongelijke wapens tegen oneerlijke concurrentie.
Het conflict in het Midden-Oosten gooit daar nog eens een energiecrisis bovenop, terwijl de vorige energieschok, na de Russische inval in Oekraïne, nog altijd niet verteerd is. In beide oorlogen is de energie-intensieve industrie in Europa het grootste economische slachtoffer. Moeten we ons daar dan maar bij neerleggen en die industrie opgeven, of moeten we actie ondernemen en ons industriebeleid aanscherpen?
In de nieuwe wereldorde doet het ertoe hoe sterk je industriële basis is, als ruggengraat van je economie.
Er zijn goede redenen om voor de tweede optie te kiezen. In de nieuwe wereldorde doet het ertoe hoe sterk je industriële basis is, als ruggengraat van je economie. Zonder eigen chemie-industrie worden we voor allerlei essentiële producten – herinner u de 95 procent – sterk afhankelijk van andere regio’s in de wereld. Het is geen toeval dat China er in zijn industriepolitiek voor kiest zwaar te investeren in chemiecapaciteit.
Tegenstanders werpen op dat we vandaag toch al afhankelijk zijn voor energie en grondstoffen en investeren in het behoud van onze industrie dus geen wezenlijk verschil zal maken. Dat is een strategische denkfout. We kunnen in Europa sterker op eigen benen staan door te focussen op eigen energiebevoorrading, betaalbare elektrificatie en een circulaire economie die van afval een herbruikbare grondstof maakt. Maar zonder chemie staan we nergens en vergroten we onze kwetsbaarheid.
Beste Paul De Grauwe, meningsverschillen verrijken het maatschappelijke debat. Daarom nodigen we u graag uit bij BlueChem, de incubator voor duurzame chemie in Antwerpen. Daar ontdekt u de chemie van de toekomst: CO2 gebruiken als grondstof, een circulaire chemie op basis van algen of voedselresten. Een uniek ecosysteem, recent bekroond als beste van Europa. Geen betere plek dus om te bespreken welke industrieën tot het verleden behoren en welke mee onze toekomst zullen bepalen.
