Het voorstel voor de hervorming van het emissiehandelssysteem (ETS) dat de Europese Commissie deze zomer op tafel heeft gelegd, voldoet niet en dreigt de internationale concurrentiepositie van de chemiesector zelfs verder te ondermijnen. Volgende week buigen de lidstaten in de Europese Raad zich over het dossier. Voor de Belgische chemiesector staat veel op het spel. Daarom dringt essenscia, samen met 10 andere industriefederaties, Voka en AKT, aan op vijf cruciale aanpassingen. ETS moet de uitstoot verminderen, niet de Europese industrie doen krimpen.
De Belgische en Europese chemie-industrie blijft zich inspannen om het einddoel van ETS te realiseren: een klimaatneutrale samenleving tegen 2050. In die context is en blijft ETS een belangrijk beleidsinstrument om de industriële uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar het moet bedrijven vooral in staat stellen om de noodzakelijke investeringen in de energie- en klimaattransitie daadwerkelijk in Europa te realiseren. Het succes van ETS valt niet enkel af te meten aan emissiereducties, maar hangt grotendeels af van de mate waarin het investeringen, klimaatinnovatie en industriële productie in Europa stimuleert.
Saartje Swinnen, directeur Energie & Klimaat bij essenscia: “De chemie-industrie wil verder investeren in duurzame productie in Europa. Maar zonder competitieve randvoorwaarden, effectieve bescherming tegen internationale concurrenten die niet moeten betalen voor hun CO2-uitstoot en een realistischer reductietraject dreigen investeringen en jobs weg te trekken uit Europa. Precies op deze cruciale punten schiet het huidige ETS-voorstel tekort. Dit is niet de koerswijziging die is aangekondigd tijdens de Europese industrietoppen eerder dit jaar in Antwerpen en Alden-Biesen. Bijsturingen zijn absoluut noodzakelijk, want momenteel is het voorgestelde beleidskader niet compatibel met de industriële transitie die het nastreeft.”
Fundamentele tekortkomingen
Het Commissievoorstel bevat zeker enkele positieve elementen. Het belooft bijkomende investeringssteun in decarbonisatieprojecten, erkent vermeden emissies via CCU (Carbon Capture & Utilization) en streeft naar een grotere inzet van ETS-middelen voor de industriële transitie. Al is op dat laatste punt de ambitie van 50% ruim onvoldoende. Om de transitie mogelijk te maken moet een veel groter aandeel van de ETS-inkomsten – betaald door de industrie – effectief terugvloeien naar de bescherming en transformatie van die industrie. Daarnaast blijven er fundamentele tekortkomingen bestaan, waardoor ETS dreigt te leiden tot het exporteren van productie en het importeren van emissies. Anders gezegd: tot de-industrialisatie en een verlies aan strategische onafhankelijkheid.
Daarom roept essenscia, de sectorfederatie van de chemie en life sciences, de Belgische overheden en de Belgische Europarlementsleden op om tijdens de verdere onderhandelingen vijf cruciale bijsturingen te bepleiten.
- Erken dat de transitie enkel mogelijk is als de randvoorwaarden zijn vervuld
De industriële transitie vraagt forse investeringen in elektrificatie, waterstof, CO₂-captatie en andere klimaatoplossingen. Dat kan alleen als bedrijven toegang hebben tot competitieve energieprijzen, voldoende netcapaciteit en aangepaste infrastructuur. Die cruciale randvoorwaarden ontbreken vandaag, maar daar houdt het huidige ETS-systeem nauwelijks rekening mee. Daarom pleit essenscia voor de invoering van een automatische herzieningsclausule die bijstuurt als de economische en technische basisvoorwaarden niet vervuld zijn. Zo kan worden vermeden dat emissiereducties noodgedwongen worden gerealiseerd door productieverminderingen of sluitingen.
- Verzwak de bescherming tegen koolstoflekkage niet met bijkomende voorwaarden
Zolang concurrenten buiten Europa niet dezelfde klimaatkosten moeten dragen als de Europese industrie, blijft bescherming tegen zogeheten koolstoflekkage – het weglekken van investeringen naar regio’s met minder klimaatambitie – absoluut nodig. Gratis emissierechten – die enkel onder bepaalde voorwaarden worden toegekend – zijn noodzakelijk om het concurrentienadeel van Europese bedrijven gedeeltelijk te compenseren. De Commissie koppelt die bescherming nu aan zware investeringsverplichtingen. Dat is de verkeerde analyse van het probleem. Extra investeringen trek je niet aan door extra verplichtingen, maar door de echte investeringsdrempels op te lossen: hoge energieprijzen, dure infrastructuur, oneerlijke concurrentie.
- Zorg voor realistische benchmarks en voldoende emissierechten
Het principe van benchmarks voor de toewijzing van gratis emissierechten is juist. Zo worden de bedrijven beloond die beter presteren dan het sectorgemiddelde. Maar die benchmarks moeten dan wel gebaseerd zijn op wat op industriële schaal haalbaar is. Nu vertrekken ze te vaak van uitzonderlijke pilootprojecten, schaarse grondstoffen of technologieën die onvoldoende matuur zijn. Zo dreigt het ETS-systeem los te komen van de realiteit. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk dat ook in de toekomst voldoende emissierechten beschikbaar blijven om bedrijven effectief te beschermen en te ondersteunen in hun complexe en dure transitie.
- Stem het reductietraject af op de innovatiecurve
Iedereen beseft dat klimaatneutraliteit grote technologische doorbraken vereist. Nieuwe productieprocessen moeten worden ontwikkeld, getest, vergund en op industriële schaal uitgerold. Dat kost tijd en geld. Het huidige ETS-traject houdt hier onvoldoende rekening mee. Europa verplicht dat de grootste uitstootverminderingen gebeuren in een periode waarin veel van deze nieuwe klimaattechnologieën en de bijhorende infrastructuur nog niet beschikbaar zullen zijn. Dat is de omgekeerde logica, want in werkelijkheid zullen de reducties de innovatiecurve volgen en pas toenemen als doorbraaktechnologieën marktrijp zijn. Zonder betere afstemming dreigt ETS de investeringsmarge voor deze klimaatinnovaties te hypothekeren.
- Voorzie Europese steun voor de compensatie van indirecte emissiekosten
Elektrificatie geldt als een van de belangrijkste routes binnen de industriële transitie. Maar wie meer elektrificeert, wordt ook geconfronteerd met een hogere elektriciteitsfactuur omdat stroomproducenten hun ETS-kosten doorrekenen. Dat zadelt de industrie op met een dubbele factuur: één voor de eigen uitstoot, en één voor de aangekochte elektriciteit. Daarom is er het systeem van indirecte emissiecompensatie, dat lidstaten kunnen gebruiken om hun industrie hiervoor gedeeltelijk te compenseren. Voor essenscia is het essentieel dat er na 2030 een Europees compensatiemechanisme komt, gefinancieerd met ETS-opbrengsten. Dat biedt verschillende voordelen: het zorgt voor een gelijk speelveld tussen de lidstaten, versterkt de internationale concurrentiekracht en ondersteunt investeringen in de industriële transitie.
