België behoort vandaag nog altijd tot de wereldtop in biotech en farma. Maar die positie is niet langer vanzelfsprekend. Terwijl de Verenigde Staten en China hun voorsprong verder uitbouwen, neemt de internationale concurrentie toe en groeit de druk op Europa. Om onze aantrekkelijkheid, expertise en innovatiekracht te behouden, zijn gerichte beleidskeuzes nodig. De sector vraagt daarom om de stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling te versterken, de toegang tot groeikapitaal te verbeteren en te zorgen voor een coherent en voorspelbaar regelgevend kader. Die boodschap stond centraal op het jaarevent van sectorfederatie bio.be/essenscia, dat vandaag plaatsvond bij Deloitte. De bijeenkomst stond ook in het teken van een voorzitterswissel: na zeven jaar geeft Geoffrey Pot van Takeda de fakkel door aan Marleen Hoebus van Johnson & Johnson.
Uit analyses die Deloitte tijdens het evenement voorstelde, blijkt hoe sterk de biotech- en farmasector verandert en hoe groot de druk wordt. In slechts vier jaar tijd is de ontwikkeling van een nieuwe therapie volgens Deloitte-onderzoek zowel langer als duurder geworden: de gemiddelde ontwikkelingsduur steeg van 93 naar meer dan 100 maanden, terwijl de R&D-kosten met bijna 10% toenamen tot gemiddeld meer dan 2,2 miljard dollar per kandidaat-geneesmiddel.
Ook voor klinische studies, een onmisbare stap in de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, ziet Europa China snel uitlopen. Het aandeel van China in het wereldwijde aantal klinische studies steeg in tien jaar tijd van 13% naar bijna 50%. In 2025 was het land goed voor 47% van alle fase I-studies, tegenover 25% voor de Verenigde Staten. Europese landen volgen op ruime afstand: Duitsland vertegenwoordigt 5%, het Verenigd Koninkrijk 4% en België 2%. Onder het voorstel van de EU Biotech Act zal de goedkeuring van een klinische studie maximaal 75 kalenderdagen duren in de Europese Unie (momenteel 106), tegenover 30 kalenderdagen in de Verenigde Staten.
Op het vlak van onderzoek en ontwikkeling is China in 2025 uitgegroeid tot dé draaischijf voor productlicenties.
Marc Abels, Life Sciences & Health Care Industry Leader bij Deloitte
Europa beschikt nog altijd over sterke troeven, maar de alarmsignalen stapelen zich op. Volgens de Europese koepelfederatie EFPIA daalde het Europese aandeel in de wereldwijde farma-O&O van 43% in 1990 naar 31% vandaag. Hetzelfde beeld zien we bij investeringen. Uit een analyse van Trendeo voor essenscia blijkt dat tussen 2016 en 2025 voor 288 miljard dollar aan farma-investeringen werd aangekondigd in de Verenigde Staten, tegenover 84 miljard dollar in de Europese Unie. België profiteerde tussen 2020 en 2022 nog sterk van investeringen in farma en biotech, maar trekt sinds 2023 nog slechts 0,8% van de geregistreerde Europese investeringen in chemie en farma aan. Tussen 2016 en 2019 bedroeg dat aandeel nog 15,3%.
Marc Abels, Life Sciences & Health Care Industry Leader bij Deloitte: “Op het vlak van onderzoek en ontwikkeling is China in 2025 uitgegroeid tot dé draaischijf voor productlicenties, en laat het daarmee de Verenigde Staten, de vijf grootste Europese markten en Japan achter zich. De combinatie van aanzienlijk lagere kosten, een snellere uitvoering en sterke, gecoördineerde overheidssteun laat China toe om zich te positioneren als een aantrekkelijke partner voor O&O en productie.”
Concurrentiekracht onder druk, verankering van activiteiten cruciaal
België is een van de belangrijkste internationale clusters voor farma en biotech. De sector is goed voor 35.000 directe jobs, vertegenwoordigt 40% van alle private O&O-investeringen in ons land en exporteert jaarlijks voor 72 miljard euro aan geneesmiddelen en vaccins. Innovatie alleen volstaat echter niet. Ook de investeringen, productieactiviteiten en jobs die eruit voortkomen, moeten in België verankerd blijven.
Voor bio.be/essenscia gaat het dan ook om meer dan gezondheidszorg alleen. De biofarmasector is een van de sterkste innovatie- en exportmotoren van ons land. Om die positie te behouden, moet Europa niet alleen blijven investeren in innovatie, maar ook een aantrekkelijk klimaat creëren voor onderzoek, investeringen en productie. Daarom vraagt de sector om de bestaande O&O-stimulansen te versterken, groeikapitaal beter toegankelijk te maken voor biotechbedrijven en werk te maken van een eenvoudiger en voorspelbaarder regelgevend kader zonder in te boeten op veiligheid en kwaliteit. De Europese Biotech Act biedt daarvoor een unieke kans.
Als België zijn sterke positie in farma en biotech wil behouden, moet de federale regering blijven inzetten op sterke steunmaatregelen voor onderzoek en innovatie.
Frédéric Druck, secretaris-generaal van bio.be/essenscia
De sector verwelkomt ook de recente herlancering van het Observatorium voor de Farmaceutische Industrie (OFI) door vicepremier en minister van Economie David Clarinval. Binnen dat initiatief zullen overheid, academische wereld en biofarma-industrie samen een dashboard ontwikkelen om de internationale concurrentiekracht van de sector op te volgen. Ook het structurele overlegplatform tussen de biofarma-industrie en de federale overheid moet opnieuw uitgroeien tot een strategisch instrument voor dit industriebeleid.
Frédéric Druck, secretaris-generaal van bio.be/essenscia: “De cijfers en signalen uit de sector die vandaag werden voorgesteld, zijn een duidelijke wake-upcall. China is op minder dan tien jaar uitgegroeid van producent tot innovator. De Verenigde Staten trekken intussen het grootste deel van de investeringen en toegevoegde waarde naar zich toe. Europa heeft moeite om dat steeds hogere tempo te volgen. België heeft nog altijd een voorsprong, maar die behouden we niet vanzelf. De herlancering van het Observatorium voor de Farmaceutische Industrie is goed nieuws, maar nu moeten er ook concrete beslissingen volgen. Als België zijn sterke positie in farma en biotech wil behouden, moet de federale regering opnieuw structureel in dialoog gaan met de sector en blijven inzetten op sterke steunmaatregelen voor onderzoek en innovatie. Alleen zo houden we talent, investeringen en productie in ons land.”
Nieuwe voorzitter voor bio.be/essenscia
Het jaarlijkse evenement stond ook in het teken van een belangrijke bestuurswissel bij bio.be/essenscia. Na zeven jaar voorzitterschap geeft Geoffrey Pot, actief binnen Manufacturing Sciences and Analytical Technology bij Takeda, de fakkel door aan Marleen Hoebus, verantwoordelijk voor External & Government Affairs bij Johnson & Johnson. Onder het voorzitterschap van Geoffrey Pot verdedigde bio.be/essenscia de belangen van de sector tijdens de coronacrisis, de economische relance en de Europese discussies over de hervorming van de farmawetgeving en de Europese Biotech Act.
Geoffrey Pot, uittredend voorzitter van bio.be/essenscia: “De voorbije zeven jaar hebben aangetoond hoe strategisch onze sector is voor gezondheid, innovatie en economische groei. België beschikt over een uitzonderlijk sterke wetenschappelijke basis. Onze gezamenlijke uitdaging is nu ervoor te zorgen dat die sterktes zich ook in de toekomst blijven vertalen in investeringen, onderzoeksactiviteiten en industriële capaciteit in ons land.”
Marleen Hoebus, nieuwe voorzitter van bio.be/essenscia: “Ik ben vereerd om het voorzitterschap op te nemen op een moment dat zo bepalend is voor onze sector. België beschikt over een uniek ecosysteem dat wereldwijd erkenning geniet. Samen moeten we ervoor zorgen dat ons land een aantrekkelijke plek blijft voor innovatie, samenwerking en investeringen, zodat toekomstige biotechdoorbraken ten goede blijven komen aan patiënten, de economie en de samenleving. Want investeren in gezondheid is investeren in de toekomst van ons land. Een sterke biotechsector creëert niet alleen medische vooruitgang, maar draagt ook bij aan economische welvaart, talentontwikkeling en maatschappelijke weerbaarheid. Door de waarde van gezondheid centraal te zetten, kunnen we innovatie blijven omzetten in duurzame meerwaarde voor iedereen.”
