De aankondiging tot sluiting van de glasvezelproductie van chemiebedrijf Envalior in de Antwerpse haven is een zoveelste alarmsignaal dat de Europese industrie niet meer concurrentieel is in een sterk gewijzigde wereldeconomie. Het verlies van strategische productiecapaciteit is bijzonder zorgwekkend: het leidt niet alleen tot jobverlies en het verdwijnen van technologische expertise, maar vergroot ook de afhankelijkheid van andere regio’s voor essentiële producten en materialen. “Er zijn onmiddellijk noodmaatregelen nodig om de industrie in België en Europa te houden”, zegt Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van sectorfederatie essenscia.
De aankondiging van Envalior is geen alleenstaand feit, maar wijst op dieperliggende concurrentiehandicaps waar de chemie-industrie in België en Europa al jaren mee kampt. De productiekosten liggen hier structureel hoger dan elders – voornamelijk door hogere energie-, klimaat- en loonkosten – terwijl ook de regelgeving aanzienlijk strenger is. Daardoor kunnen Europese chemieproducten steeds moeilijker concurreren met import vanuit regio’s met veel lagere kosten, minder regels en quasi onbeperkte staatssteun. Het gevolg is tastbaar: in de eerste negen maanden van 2025 werd in de Belgische chemiesector al voor meer dan 2.000 jobs collectief ontslag aangekondigd. Dat is een trendbreuk met de sterke jobgroei van de voorbije tien jaar waarbij meer dan 10.000 nieuwe jobs werden gecreëerd.
Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder essenscia: “Dit is opnieuw een zware klap voor de chemie-industrie in ons land, nog altijd de sterkhouder van onze exportgerichte economie. We leven heel erg mee met de meer dan 200 werknemers en hun families die mogelijk getroffen worden. Glasvezelproductie is een strategische troef die we nu uit handen dreigen te geven. Dat maakt ons voor essentiële basismaterialen afhankelijk van de goodwill van andere regio’s, op een moment dat de wereld wordt gekenmerkt door toenemende handelsconflicten. Het behoud van de chemie-industrie, de ruggengraat van onze economie en welvaart, moet meer dan ooit de absolute beleidsprioriteit zijn.”
Daarom roept essenscia op tot noodmaatregelen die de concurrentiekracht van de energie-intensieve industrie op drie fronten direct verbeteren. Zo heeft de federale regering enkele weken geleden een belangrijke energiekorting voor industriebedrijven principieel goedgekeurd, maar de effectieve uitvoering dreigt nog bijna een jaar op zich te laten wachten. Dat moet in de huidige crisisomstandigheden veel sneller.
Op Europees niveau is een onmiddellijke bijsturing van het Europese ETS-systeem voor emissiehandel nodig. In het huidige systeem zitten ernstige constructiefouten waardoor er stelselmatig te veel emissierechten worden vernietigd en zelfs de meest klimaatvriendelijke bedrijven – die produceren met de minste CO2-uitstoot – niet langer recht hebben op een deel gratis uitstootrechten. Dat kost de Belgische chemiebedrijven 160 tot 190 miljoen euro per jaar en veroorzaakt een fors concurrentienadeel tegenover regio’s met veel minder strenge klimaatregels.
Tot slot moet Europa ook veel kordater optreden tegen dumpingpraktijken waarbij de import van industriële goederen tegen bodemprijzen de Europese markt op een oneerlijke manier verstoren.
Volgende maand zijn er topbijeenkomsten gepland in Antwerpen en Alden-Biesen waar Europese beleidsmakers en regeringsleiders zullen bespreken hoe ze de internationale concurrentiekracht van de Europese industrie weer kunnen versterken. De urgentie om met concrete oplossingen te komen is nooit groter geweest. Dit gaat al lang niet meer alleen over industrie of economie, maar wel over de toekomst van het Europese welvaartsmodel.
