Bij essenscia, de sectorfederatie van de chemie- en farma-industrie, overheerst een dubbel gevoel bij het Vlaamse begrotingsakkoord. Een begroting in evenwicht is evident belangrijk, maar de aangekondigde verhoging van de afvalwaterheffing dreigt de kosten voor bedrijven fors op te drijven en de concurrentiekracht van de industrie verder onder druk te zetten. Op basis van de beschikbare informatie lijkt de heffing voor de lozing van gezuiverd afvalwater meer dan te verdubbelen. Dit betekent een bijkomende jaarlijkse miljoenenfactuur op een moment dat de industrie al kampt met hoge energieprijzen, terugvallende investeringen en toenemende internationale concurrentie.
Sectorfederatie essenscia erkent dat een begrotingsevenwicht inspanningen vraagt van iedereen, maar plaatst toch ernstige kanttekeningen bij de forse verhoging van de afvalwaterheffing. De sector onderschrijft uiteraard het belang van een ambitieus waterbeleid en investeringen in waterkwaliteit, maar die doelstelling mag niet leiden tot een dubbele factuur voor bedrijven die al zwaar investeren in eigen waterzuivering.
Industriebedrijven mogen hun afvalwater enkel lozen in oppervlaktewater als ze eerst zelf, op eigen kosten, een grondige waterzuivering doen. De investeringen in geavanceerde waterzuiveringsinstallaties en de bijhorende operationele kosten bedragen in sommige gevallen al snel meerdere miljoenen per jaar. Een bijkomende heffing komt daarom neer op een extra kost voor ondernemingen die net inspanningen leveren om hun milieu-impact te beperken.
Barbara Veranneman, gedelegeerd bestuurder essenscia: “We erkennen dat dit een moeilijke begrotingsoefening was en dat een begrotingsevenwicht belangrijk is. Maar Vlaanderen moet opletten dat het zijn economische groeibasis niet verder verzwakt. De verhoging van de afvalwaterheffing is een bijkomende belastingverhoging voor bedrijven die al zwaar investeren in waterzuivering. Dat botst met de ambitie uit de Septemberverklaring om van industrie en innovatie de groeimotoren te maken van toekomstige welvaart. Zonder competitieve industrie wordt het almaar moeilijker om de overheidsfinanciën te blijven financieren.”
Daarom roept essenscia de Vlaamse regering op om nu prioritair werk te maken van concrete maatregelen die de concurrentiekracht direct versterken, zoals een vlotter vergunningenbeleid, lagere energiekosten en een uitbreiding van de indirecte emissiecompensatie. Door geopolitieke spanningen loopt de energiekostenhandicap voor de Vlaamse industrie namelijk verder op, terwijl investeringen uitblijven door vergunningsperikelen, regeldrift en een ongunstig investeringsklimaat.
