Een forse verlaging van de energiekosten, een versnelde aanleg van cruciale infrastructuur en een aangepast beleidskader zijn cruciale basisvoorwaarden om de uitstoot van broeikasgassen in de Belgische industrie significant te verlagen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de VUB (Vrije Universiteit Brussel), in opdracht van de federale overheid. Volgens de onderzoekers is een daling van de industriële uitstoot met 90% tegen 2050 theoretisch haalbaar, maar in de praktijk zal dit grotendeels afhangen van de economische context en van de vraag in welke mate de noodzakelijke beleidsmaatregelen de komende jaren effectief worden waargemaakt.
De chemiesector is verantwoordelijk voor ongeveer 9% van de totale Belgische uitstoot van broeikasgassen. Sinds 1995 is de sector erin geslaagd zijn uitstoot meer dan te halveren. Een klimaatneutrale samenleving in Europa tegen 2050 blijft het streefdoel, waarbij chemiebedrijven niet alleen de uitstoot van hun eigen productieprocessen verder verlagen maar ook technologieën en materialen ontwikkelen die andere sectoren helpen vergroenen: van woningisolatie tot toepassingen voor hernieuwbare energie.
Lagere energiekosten absolute prioriteit
De studie ‘Deep industrial greenhouse gas reductions in Belgium’, uitgevoerd door de Brussels School of Governance van de VUB analyseert de technologische opties om de uitstoot in de industrie te verminderen, maar legt vooral de vinger op de wonde: in de huidige economische context lukt het niet. De energiekosten zijn te hoog, de noodzakelijke infrastructuur ontbreekt en de beleidskaders zijn onvoldoende afgestemd op de meest veelbelovende transitietrajecten: elektrificatie, koolstofafvang- en opslag (CSS) en de circulaire economie.
Zo moeten de elektriciteitsprijzen radicaal omlaag om de elektrificatie van hoogwaardige warmte en andere productieprocessen mogelijk te maken. Daarnaast dient de infrastructuur voor de gegarandeerde bevoorrading van koolstofarme energie en het transport van opgevangen CO2 binnen de 5 tot 10 jaar beschikbaar te zijn. Belangrijke kanttekening daarbij is dat deze infrastructuurkosten niet mogen doorgerekend worden aan de industrie. Voor de chemische recyclage van kunststoffen moeten de wettelijke drempels weggewerkt worden.
Herziening klimaatdoelstelling 2040
Momenteel ligt het voorstel van de Europese Commissie ter discussie om een bindende doelstelling van -90% broeikasgasemissies tegen 2040 op te nemen in de Europese klimaatwet. Deze studie onderstreept opnieuw dat die ambitie niet in overeenstemming is met de economische realiteit van hoge energieprijzen en ontbrekende infrastructuur.
Daarom vraagt essenscia de Europese en Belgische beleidsmakers met aandrang om de klimaatdoelstelling voor 2040 bij te sturen en beter af te stemmen op het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie in een mondiale context. Hierbij dient een koppeling gemaakt te worden met essentiële randvoorwaarden zoals het behoud van productiecapaciteit in Europa en energieprijzen die vergelijkbaar zijn met internationale benchmarks. Deze elementen dienen verankerd te worden in de klimaatwet.
Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder essenscia: “Deze studie biedt een positieve, voluntaristische insteek om de industriële uitstoot verder terug te dringen, maar maakt tegelijk heel duidelijk welke voorwaarden absoluut nodig zijn om dit mogelijk te maken. We hebben dringend nood aan lagere energiekosten en de beloofde verlaging van de transmissienettarieven. In het algemeen moet ook de concurrentiepositie van de Europese industrie verbeteren om dergelijke grootschalige investeringen te kunnen doen, anders schieten we onszelf economisch in de voet. Vandaag beslissen bedrijven om niet meer in Europa te investeren, of hun investeringsbeslissingen uit te stellen. We hebben een sterk signaal nodig om die mindset te keren.”
Saartje Swinnen, directeur energie & klimaat essenscia: “Er gaapt een grote kloof tussen theorie en praktijk. De studie bevestigt in elk geval dat de klimaattechnologieën waar de chemiesector zwaar op inzet – elektrificatie, CCS en chemische recyclage – als meest impactvol worden gezien. Alleen missen we op heel wat vlakken een ondersteunend beleidskader: zo is er meer budget nodig voor de transitiecontracten waarmee de industrie risicovolle klimaatinvesteringen kan doen. We pleiten er ook voor om de cruciale voorwaarden uit deze studie in te schrijven in de Europese klimaatwet, waarbij de doelstellingen en de daaraan gekoppelde ETS-wetgeving jaarlijks kunnen bijgestuurd worden als niet aan de basisvoorwaarden wordt voldaan. Bedrijven en beleid hebben hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”
