Spoorvervoer en transport door middel van pijpleidingen bevorderen
Door zijn ligging op een Europees knooppunt is België het aan zichzelf verplicht logistieke en transportactiviteiten te ontwikkelen met een hoge toegevoegde waarde. In de loop der jaren echter zijn de mobiliteitsproblemen op onze wegen voortdurend toegenomen. Met de Europese Unie heeft de Belgische overheid een aantal stimuli uitgewerkt om de overheveling van het vervoer over de weg naar de andere transportmodi te bevorderen. Het vervoer per spoor en per pijpleiding als alternatieven voor de weg moet dringend aangemoedigd worden.
Context
Spoorvervoer
Sinds het begin van de jaren ’90 heeft de Europese Commissie een aantal maatregelen getroffen om de markt van het spoorvervoer open te stellen voor concurrentie. In die zin werden meerdere Europese richtlijnen ingevoerd om de afbakening en de transparantie van de activiteiten van spoorwegbedrijven te verzekeren en om de niet-discriminerende voorwaarden voor de toegang tot een doeltreffend transeuropees netwerk te garanderen
In 2001 publiceerde de Europese Commissie haar Witboek over « Het Europees vervoersbeleid tot het jaar 2010 », dat een reeks maatregelen voorstelt om de verschillende transportmodi, waaronder het spoorvervoer, weer in evenwicht te brengen en nieuw leven in te blazen. Daarnaast heeft de Europese Commissie drie spoorwegpakketten ingevoerd. Hun doel is het liberaliseringsproces van het nationaal en internationaal spoorvervoer te finaliseren.
Het eerste spoorwegpakket (2001) voorziet o.a. in het openstellen voor concurrentie van 80% van het Europees netwerk t.v.v. de internationale diensten voor goederenvervoer en in de herstructurering van de nationale spoorwegbedrijven teneinde de activiteiten van de infrastructuurbeheerder en de netwerkuitbater af te scheiden. In België heeft het tot stand brengen van het eerste spoorpakket, op 1 januari 2005, geleid tot de splitsing van de NMBS in drie aparte publieke ondernemingen: NMBS Holding, NMBS (netwerkuitbater) en Infrabel (netwerkbeheerder).
Het tweede spoorwegpakket (2004) voorziet o.a. in de uitbreiding van de marktopening van vrachtspoor. Sinds 2006 heeft een richtlijn de markt voor internationale vrachtdiensten in heel het Europees netwerk volledig opengesteld.
Het derde spoorwegpakket bevat o.a. een voorstel van richtlijn over de legalisering van bestuurders van locomotieven.
Pijpleidingen
Pijpleidingen bieden een positieve bijdrage aan de mobiliteitsproblematiek en zijn een betrouwbaar, milieuvriendelijk en duurzaam transportmiddel. Een groot voordeel van de pijpleidingen is dat er bijna geen negatieve externaliteiten optreden. Van alle vervoersmodi scoren de pijpleidingen het best op vlak van vervoersafvalstoffen, geluidsoverlast, congestie, intensief ruimtebeslag en daaruit voortvloeiende horizon vervuiling. Bovendien kan het vervoer door middel van pijpleidingen als veilig beschouwd worden in vergelijking met weg- en spoorvervoer. Dit is zeker een troef voor het vervoer van gevaarlijke goederen.
Een meer uitgebreid pijpleidingennetwerk zou dus interessante oplossingen bieden op het gebied van mobiliteit, milieu en veiligheid. Ondanks al hun voordelen worden pijpleidingen niet als volwaardig transportmiddel erkend door de overheid.
Belang voor de chemische sector en de life sciences
In een meer en meer geglobaliseerde markt is de competitiviteit een essentiële factor voor de toekomst van de chemische industrie. De verkeerscongestie weegt echter steeds meer op de kosten en dus op de competitiviteit van onze bedrijven. Transport vormt een substantieel onderdeel van de logistieke keten, en transportkosten vertegenwoordigen naar schatting 8 à 10% van de omzet van de chemische bedrijven, soms duidelijk meer voor bepaalde producten in de basischemie.
Onze sector produceert een groot volume sterk gediversifieerde producten, die vandaag grotendeels via de weg tot bij de klant worden gebracht. De chemische industrie draagt daarmee niet alleen bij tot meer verkeerscongestie, maar ziet bovendien haar kosten oplopen door vertragingen in de leveringen, files, hogere kapitaalkosten, … Als alternatief moet daarom worden uitgekeken naar mogelijkheden om meer goederen te vervoeren via alternatieve modi (bv. pijpleidingen, binnenvaart, spoor).
Standpunt van de sector
essenscia wenst een snelle en effectieve vrijmaking van het goederenvervoer per spoor in Europa en vraagt dat met het oog hierop alle EU-lidstaten de EG-richtlijnen op correcte wijze omzetten en toepassen. Een open markt leidt tot lagere kosten, betere kwaliteitsverlening en dus een verhoogde vraag.
Er bestaat nog een andere vervoermodus buiten weg-, spoor- en maritiem transport, nl. het pijpleidingentransport dat zelfs nog milieuvriendelijker is dan de beter gekende modi. Pijpleidingentransport moet in het transportbeleid ingepast worden als volwaardig alternatief.
Een goed pijpleidingennetwerk zou de investeringen bevorderen en de bestaande bedrijven in ons land verankeren. Bovendien staat een ontwikkeld pijpleidingennetwerk voor bevoorradingszekerheid van de bedrijven die er aan verbonden zijn en deze bedrijven kunnen hun capaciteitsbenutting optimaliseren.
Aanbevelingen
Spoorvervoer
Opdat het goederenvervoer per spoor volledig zou voldoen aan de eisen van de chemische industrie inzake kosten en diensten, is een revitalisering noodzakelijk. Deze revitalisering is vooreerst gebaseerd op:
• een competitieve en niet-discriminerende toegang tot het spoornetwerk voor alle spooroperatoren;
• een standaardisatie van de Europese netwerken op technisch en organisatorisch vlak;
• een grotere prioriteit voor het goederenvervoer per spoor, dat momenteel nog te vaak gemarginaliseerd wordt t.o.v. de publieke dienst voor reizigers;
• een verbetering van de dienstkwaliteit van de spooroperatoren ;
• meer investeringen in de specifieke infrastructuurbehoeften voor multimodaal vervoer (d.w.z. het vervoer dat achtereenvolgens gebruik maakt van verschillende transportmodi) en investeringen in bijkomende spoorinfrastructuur, o.a. de realisatie van een tweede spooraansluiting tot de haven van Antwerpen, de Ijzeren Rijn en de liefkenshoekspoortunnel ;
• een efficiëntere organisatie van het goederenvervoer via de haven van Antwerpen, desnoods in eigen beheer van het Havenbedrijf.
Pijpleidingen
essenscia vraagt aan de overheid om het pijpleidingentransport en het « ondergronds » transport in het algemeen op te nemen in het mobilteitsbeleid. Concreet houdt dit in:
• Het opstellen van een landelijk en ruimtelijk structuurplan met reserveringen, het stellen van adequate technische en veiligheidseisen, het formuleren van een wetgeving voor de aanleg, het registreren van leidingen, het bevorderen van kennismanagement, het voorzien van bestuurlijke en financiële ondersteuning, het creëren van overleg- en samenwerkingsstructuren tussen privé en overheid;
• Efficiëntere vergunningsprocedures, uitbouw van een één-loket-beleid met een competentiecentrum op federaal niveau in samenwerking met de gewesten dat alle instanties om een bouwvergunning vraagt ;
• Een nieuwe regeling betreffende de verleggingskosten ;
• Effectieve overheidsondersteuning voor relevante innovatieve projecten. Een privé-publieke samenwerking zou een oplossing kunnen bieden om de hoge kosten/risico te kunnen opvangen.
Overigens is een geïntegreerd en coherent beleid nodig op Europees niveau. Een harmonisering van de reglementering met betrekking tot pijpleidingen zou interoperabiliteit en standaardisatie bevorderen. Voor het vervoer van de meest gangbare grondstoffen van de (petro)chemie moet een geïntegreerd Europees pijpleidingennetwerk aangelegd worden.
Contact :
Laurence Baudesson, lbaudesson@essenscia.be, tel. 02 238 97 53.