De koppositie van de kunststof- en rubberindustrie in België versterken voor meer duurzame ontwikkeling
België is koploper in de wereld zowel wat betreft de productie als de verwerking van kunststoffen per hoofd van de bevolking. In tegenstelling tot wat sommige vooroordelen laten vermoeden is dit een sterk uitgangspunt voor een transitie naar een meer duurzame samenleving. Kunststoffen staan niet in conflict met de uitdagingen van ‘sustainable development’, integendeel, zij zijn een deel van de oplossing.
Context
Kunststoffen zullen de materialen van de 21e eeuw zijn. In 1907, werd door onze landgenoot L. H. Baekeland de eerste volwaardige kunststof, geregistreerd onder de gedeponeerde merknaam Bakelite®, uitgevonden. 100 jaar later leveren deze nieuwe materialen een essentiële en toenemende bijdrage tot het comfort en de levenskwaliteit van de moderne mens: gaande van veilig speelgoed tot onmisbare medische hulpmiddelen. Dankzij hun licht gewicht, grote vormgevingsvrijheid en isolerende eigenschappen dragen zij bij tot een meer zuinig gebruik van grondstoffen en energie.
De koolwaterstoffen waarvan kunststoffen worden gemaakt, zijn vandaag afkomstig van aardolie. Kunststoffen vertegenwoordigen slechts 4% van het aardolieverbruik. Hun grondstoffen kunnen ook worden bekomen uit aardgas, uit steenkool of uit hernieuwbare grondstoffen. Sommige kunststoffen kunnen zelfs worden gemaakt door modificatie van natuurlijke polymeren (polymelkzuur, cellulose, zetmeel, …). Kunststoffen zijn één van de weinige toepassingen van aardolie die toelaten deze schaarse grondstof meer langdurig te gebruiken, met daarenboven de mogelijkheid om de kringloop te sluiten. De evolutie van een economie op basis van fossiele brandstoffen en schaarse grondstoffen naar een economie op basis van hernieuwbare energiebronnen en een grondstoffenkringloop, zal consequenties hebben voor de kunststof- en rubberindustrie.
Het Vrijwillig Engagement van de Europese PVC industrie is een voorbeeld van transitie naar een meer duurzame toekomst. Het gezamenlijke engagement van de PVC producenten en de PVC verwerkers betreft zowel het verminderen van de emissies bij produktie, als het vervangen van problematische additieven en een bijkomende recyclage van 200.000 ton/jaar postconsumer PVC afval.
Belang voor de chemische industrie en de life sciences
De kunststof- en rubberindustrie vertegenwoordigt ongeveer 1/3e van de omzet en de tewerkstelling binnen de sector van de chemische industrie en de life sciences. De kunststof- en rubberindustrie is ook de grootse klant van de basischemie. De sector wordt binnen essenscia vertegenwoordigd door enerzijds essenscia Polymers (een sectie van 56 producenten en handelaars van kunststoffen en rubber), anderzijds de vzw Federplast.be (een gemeenschappelijke beroepssectie bij essenscia en Agoria van 254 producenten van kunststof- en rubberartikelen).
In 2006 werden in België kunststof- en rubbermaterialen geproduceerd voor een waarde van 10,9 miljard €. Daarnaast produceerden de leden van Federplast.be kunststof- en rubberartikelen voor een waarde van 7,5 miljard €. De totale omzet van de kunststof- en rubberindustrie binnen Agoria en essenscia was 18,4 miljard €, met een tewerkstelling van 36.000.
De kunststof- en rubberindustrie draagt bij tot de welvaart in vele andere sectoren. Kunststof- en rubberartikelen vinden voor 23 % toepassing in de verpakkingssector, 22 % in de bouw, 20 % in de transportsector, 9 % in elektro- en elektriciteitssector, 6 % in slaapcomfort en meubel, 3 % in medische hulpmiddelen en 3 % in huishoudartikelen.
Standpunt van de sector
Kunststoffen zijn een deel van de oplossing bij de transitie naar een meer duurzame samenleving. Zij ondersteunen de 3 peilers van ‘sustainable development’: op het vlak van het sociale, het economische en het milieu.
Sociale peiler
Het gebruik van kunststof draagt bij tot meer welzijn:
• meer veilige en gebruikersvriendelijke verpakkingen;
• minder dure en meer hygiënische medische hulpmiddelen;
• meer veiligheid en akoestische isolatie in voertuigen en machines;
• beter betaalbare en meer veilige elektrische en elektronische apparatuur;
• meer performante en betaalbare communicatie- en informatieapparatuur;
• bouwmaterialen met langere levensduur en minder onderhoud;
• meer comfort en veiligheid in de keuken, in het huishouden, in meubels, sport en recreatie.
Economische peiler
De kunststofindustrie is de eerste sector in de handelsbalans van België en levert bijgevolg een belangrijke bijdrage tot onze economische welvaart. De kunststof- en rubberindustrie biedt rechtstreekse tewerkstelling aan 36.000 landgenoten. Het is een industrietak met groeivooruitzichten voor de toekomst. Dankzij het licht gewicht van kunststof artikelen en de verwachte toename van de transportkosten is de kunststofverwerkende industrie minder kwetsbaar voor delokalisaties naar lage-loonlanden dan vele andere industrietakken. Sinds 2000 kende de kunststof- en rubberverwerking in ons land een groei van 17 %, dit is de sterkste groei in West-Europa. De produktie van kunststofmaterialen groeide in 2006 met 6,5 % in volume en 11 % in waarde.
Milieupeiler
Het gebruik van kunststof produkten bespaart dikwijls grondstoffen en energie:
• dankzij de lage smelttemperatuur is er energiebesparing bij de vormgeving;
• interne verwerking van het productieafval;
• materialen voor thermische en elektrische isolatie;
• minder onderhoud en langere levensduur voor bouwmaterialen, carrosserie-elementen, huishoudartikelen…;
• lichtere verpakkingen: gewichtsvermindering bij transport;
• lichtere voertuigen: brandstofbesparing;
• beter presterende drinkwatervoorziening en riolering, gescheiden rioleringsstelsels, infiltratie van regenwater.
Het milieuprofiel van de kunststofindustrie kan verder verbeterd worden door de kringlopen beter te sluiten en door een meer hoogwaardige valorisatie van het finale afval. In 15 jaar tijd is de recyclage van postconsumer kunststofafval gestegen van 0% tot meer dan 25%! Het overige kunststofafval wordt energetisch gevaloriseerd. Door een combinatie van recyclage met een energetische valorisatie met hoog rendement wordt de nuttige levensduur van aardolie verlengd: na één of meerdere energiebesparende toepassingen als grondstof voor hoogwaardige produkten vindt het een definitieve bestemming als energiebron.
essenscia en Federplast.be verwachten van de overheid een constructieve visie en samenwerking om de internationale toppositie van de Belgische kunststof- en rubberindustrie te bestendigen en om deze industrietak te begeleiden in haar transitie naar een meer duurzame samenleving.
Aanbevelingen
Innovatie
Om de internationale toppositie van België in de kunststof- en rubberverwerkende nijverheid te bestendigen zijn meer inspanningen en initiatieven nodig om ingenieurs op te leiden met een grondige kennis van de kunststoffen- en rubbertechnologie.
Er moet een structurele samenwerking tot stand komen tussen de onderzoeksinstellingen op sectoraal en universitair niveau en de kunststof- en rubberverwerkende bedrijven. Overheidssteun wordt gevraagd voor de oprichting van regionale competentiecentra in Vlaanderen (PlasticVision) en Wallonië (Plasti-Win).
Duurzaam materiaalgebruik
Een objectief kader creëren voor de beoordeling van de milieuprestaties van materialen en produkten. Een negatief voorbeeld is de recente ecotaks op de huishoudfolie, een produkt waarvan de milieukost, als gevolg van de zeer geringe dikte, absoluut verwaarloosbaar is ten aanzien van vele andere produkten die wij dagelijks gebruiken.
Recyclage- en valorisatieobjectieven bepalen in een overleg met de betrokken industrieën. Hierbij de principes van levenscyclusanalyse en eco-efficiëntie toepassen om te voorkomen dat onrealistische recyclage-doelstellingen leiden tot de vervanging van kunststoffen door alternatieven met een hogere milieukost. Een positief voorbeeld is de samenwerking met de Europese Commissie bij het bepalen van de objectieven van het Vrijwillig Engagement van de Europese PVC industrie en de samenwerking met de regionale milieuadministraties bij het implementeren hiervan in België.
O&O
essenscia en Federplast.be vragen de overheid om O&O te stimuleren voor een meer duurzaam materiaalgebruik in de toekomst. O & O is nodig op het vlak van processen en technologie voor:
• besparen van materiaalgebruik door bijvoorbeeld schuimtechnologie of composietstructuren;
• recyclage en ‘feedstock recovery’ (terugwinning van grondstoffen uit afval);
• energetische valorisatie met een hoog energetisch rendement;
• diversificatie van de grondstoffenbasis: biopolymeren en feedstock op basis van hernieuwbare grondstoffen.
Contact :
Geert Scheys, Algemeen secretaris van Federplast, tel : 02 238 97 39, gscheys@essenscia.be