Stap voor stap naar de tweede generatie
essenscia en bio.be steunen de verschillende Europese initiatieven om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren en zijn voorstander van een stap voor stap introductie van de huidige eerste generatie tot de meer geavanceerde biobrandstoffen. essenscia en bio.be staan open voor verdere dialoog met alle stakeholder
Context
Voor de meest efficiënte biobrandstoffen bedraagt de vermindering van CO2-uitstoot ten opzichte van de huidige brandstoffen 20 tot 80%. Dit percentage kan nog verhoogd worden tot 90% en meer met de tweede generatie biobrandstoffen. Het is belangrijk zich te realiseren dat de technologie voor de grootschalige productie van ethanol in Europa nog in zijn kinderschoenen staat en dat de efficiëntie hiervan nog kan verbeterd worden.
Belang voor de chemische industrie en de life sciences
De vroege fase van de tweede generatie biobrandstoffen steunt op het gebruik van actuele biomassa’s (gewassen en hout) en op het gebruik van enzymen en andere technologieën om het productieproces te optimaliseren.
Op langere termijn kan de noodzakelijke verhoging van efficiëntie binnen die tweede generatie slechts bereikt worden door uitgekiende productiemethoden en toepassing van biotechnologische technieken. Ook in Europa kan plantbiotechnologie dus landbouwgrondgebruik optimaliseren en meteen de duurzaamheid en de competitiviteit van de Europese landbouw verhogen. Ook kan dezelfde technologie bijdragen aan systemen waarbij energierijke planten kunnen gekweekt worden in gebieden met marginale landbouwcondities, zoals droge en zoute zones of zones met zeer wisselend klimaat (droogte, hitte, overstrominsgebieden…)
Standpunt van de sector
Biobrandstoffen en het gebruik van land (food vs non-food)
Een recente studie van de EEA (European Environment Agency – 2006 “How much bio- energy can Europe produce without harming the environment?”) voorziet dat grote stukken landbouwgrond overbodig zullen worden in de komende decennia, deels door de spectaculaire verhogingen van de opbrengsten en deels door landbouwhervormingen. Zelfs onder strikte normen zal Europa genoeg biomassa kunnen produceren om een derde van de brandstofbehoeften voor transport te dekken in 2030 en bovendien moet alle biomassa niet in Europa zelf geproduceerd worden.
essenscia en bio.be menen dat niet-duurzaam gebruik van landbouwgrond voor het produceren van biobrandstoffen kan vermeden worden als de inspanningen om de opbrengsten op de bestaande landbouwgronden te verhogen voorrang krijgen op wereldwijde ontbossing. Deze productiviteitsverhoging kan het best bereikt worden met moderne biotechnologische technieken.
- Biobrandstoffen en Ontwikkelingslanden
De ontwikkelingen op het gebied van biobrandstoffen hebben een groot potentieel voor ontwikkelingslanden. Ze dragen bij tot het afremmen van de klimaatveranderingen en kunnen talrijke lokale jobs in de productieketen creëren. Een gepaste EU-politiek voor de in- en uitvoer van granen/oliën/bio-ethanol/biodisel is hierbij van primordiaal belang.
Aanbevelingen
essenscia en bio.be kunnen in principe bindende doelstellingen voor het mengen van biobrandstoffen met klassieke brandstof aanvaarden, maar dringen aan op een permanente monitoring van de gevolgen en efficiëntie van een dergelijke maatregel; waar mogelijk dient hierbij te worden geleerd uit de ervaringen van de ons omringende landen;
- essenscia en bio.be staan voor een regulering die het gebruik van biobrandstoffen aanmoedigt in de mate dat ze effectief zijn in het verminderen van de C02-emissies;
- essenscia en bio.be ondersteunen verder onderzoek naar tweede generatie biobrandstoffen en het opzetten van demonstratieprojecten;
- essenscia en bio.be voorzien dat de geïntegreerde en gediversifieerde bioraffinaderij een sleutelelement wordt in de toekomst. (Hieronder wordt begrepen : een geïntegreerde cluster van industrieën die een grote variëteit aan technieken gebruiken om scheikundige producten en materialen, biobrandstoffen en energie uit biomassa en andere hernieuwbare grondstoffen te produceren.)
- essenscia en bio.be vragen dat de wetgever voorziet in een gecertifiëerd systeem van duurzame productie en gebruik van biobrandstoffen (duurzaamheidscriteria), om te verzekeren dat biomassaproductie altijd in evenwicht blijft met goede landbouw- en werkpraktijken en dat er een goede en verantwoorde balans bestaat tussen productie van gewassen voor food- en non-food, in overeenstemming met bestaande internationale normen en overeenkomsten. Het gebruik van gewassen voor biobrandstoffen mag voor essenscia en bio.be in geen geval de voedselveiligheid van de wereldbevolking in gevaar brengen.
Als conclusie vragen essenscia en bio.be aan de federale en regionale overheden:
- hun aanbevelingen over te nemen in de respectievelijke regeringsprogramma’s;
- de bio-industrie, die in volle ontwikkeling is, voluit te ondersteunen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van de tweede generatie brandstoffen, waar er nu nog net mogelijkheden bestaan om bij de eersten te zijn;
- de aanbevelingen mede te realiseren met respect voor de lokale en globale economie;
- om betrokken te worden bij verdere acties.
Contact :
Johan Vanhemelrijck, Secretaris generaal van bio.be, Belgische Vereniging van de biotechnologie industrie, jvanhemelrijck@essenscia.be; tél : 02 238 98 44