Een weddenschap voor de toekomst van de volledige sector !
Chemie en life sciences vertegenwoordigen 50% van de totale Belgische R&D investeringen. Anders gezegd onze industrie staat in de voorste gelederen wat innovatie betreft. Belangrijk is ook om daar te blijven! Het is meer dan ooit noodzakelijk om verder er voor te zorgen dat onze onderzoekers « betaalbaar » blijven voor onze bedrijven en dat hun netto salaris voldoende attractief blijft om ze hier te houden. Voldoende jongeren aantrekken naar wetenschappelijke studies is een andere uitdaging. Zonder uiteraard de kostenverlaging voor het bekomen van een Europees patent te vergeten.
Context
In 2002, heeft de Europese Raad in Lissabon een ambitieuze dagorde goedgekeurd die van Europa de meest competitieve kenniseconomie ter wereld wil maken tegen 2010. Om dit te bekomen werd er een doelstelling vastgelegd: minstens 3% van zijn BBP aan O&O besteden vóór 2010. In België werd een speciale werkgroep, « High Level Group 3% » opgericht om uit te maken wat er nodig is in ons land om die doelstelling te behalen.
Vandaag is de overheid bewust van het belang van innovatie. Op vraag van essenscia zijn er maatregelen genomen zowel op federaal als op regionaal vlak om innovatie en O&O te stimuleren: een verlaging van de loonlasten ten voordele van de onderzoekers, de steun aan jonge innoverende bedrijven, de innovatiepremie, verlaging van de lasten op de royalty’s, … Maar desondanks is er nog een lange weg af te leggen.
Onze onderzoekers blijven de duurste ter wereld (wat niet betekent dat ze het beste netto salaris hebben, het tegenovergestelde is waar. In een globale markt is dit een serieus probleem, dat leidt tot de fameuze hersenvlucht. Bovendien, zijn de kosten om een Europees patent te krijgen veel hoger dan patentkosten in de rest van de wereld. En voeg daar dan nog een algemeen tekort aan gekwalificeerde werknemers toe.
Belang voor de chemische industrie en de life sciences
De chemische, farmaceutische en biotechnologische industries zijn verantwoordelijk voor ongeveer 50% van de O&O uitgaven in de privé sector in ons land. Meer dan twee derden van deze uitgaven gaan naar «lifesciences» (geneesmiddelen, biotechnologie) die nog steeds hun O&O budget verhogen de laatste jaren.
Standpunt van de sector
essenscia stelt voor om een aantal bestaande maatregelen verder te ontwikkelen, vooral de competitiviteit van de loonkosten voor onderzoekers in de privé sector moet verbeterd worden, publiek private samenwerking gestimuleerd worden, hulp aan jonge en innovatieve bedrijven uitgebreid en de innovatiepremie bestendigen in de tijd. Een vereenvoudiging van de procedure om een Europees patent te krijgen evenals een verlaging van de kosten die eraan verbonden zijn is ook een prioriteit voor de sector. Om het tekort aan gekwalificeerde werknemers te verminderen, dringt essenscia er bij de overheid op aan om wetenschappelijke studierichtingen te promoten.
Aanbevelingen
De verlaging van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers binnen de privé sector zou van het huidige 25% naar 75% opgetrokken moeten worden om de competitiviteit tegenover onze buurlanden (bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland of Nederland) te verzekeren. Logischer wijze moeten dan ook aanpassingen komen voor publiek private samenwerkingen en de hulp aan jonge innoverende bedrijven (voorlopig 50%).
De premie voor innovatie die in 2006 begon kent een groot succes. essenscia pleit er voor dat deze premie voor een lange termijn kan gegarandeerd worden. Op die manier gaan KMO’s hier meer gebruik van maken. Bovendien moet de administratieve procedure voor het aanvragen van de premie en de controle erop vereenvoudigd worden.
Bovendien pleit essenscia voor :
• een snel akkoord met betrekking tot het gemeenschapsoctrooi die toestaat het aanvragen van patenten sneller te laten gebeuren, tegen lagere kosten en met meer soepelheid.
• een betere coördinatie van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in O&O.
• het aanmoedigen van doctoraats- masters thesisen in de bedrijven promoten.
• Creëren van leerstoelen aan de Belgische universiteiten om hoog opgeleide buitenlandse onderzoekers aan te trekken (de « High Level Group 3 % » voorziet om 500 leerstoelen te creëren binnen de 10 jaar.)
• specifieke maatregelen ten gunste van de creatieve bedrijven, speciaal op het vlak van leefmilieu bescherming en energie (in het bijzonder cogeneratie)
• het behouden van de aftrek voor O&O investeringen en een vereenvoudiging van de procedure.
essenscia merkt ook dat de chemische industrie meer een meer geconfronteerd wordt met een tekort aan gekwalificeerde werknemers. Het probleem komt zowel voor op het niveau van hoger onderwijs (scheikundigen, ingenieurs en sommige gegradueerden/licentiaten, bachelors/masters…) als op het niveau van technisch onderwijs (lassers, mechaniekers…).
essenscia, evenals andere industriële federaties, hebben al een aantal acties ondernomen om hieraan te verhelpen en vragen de betreffende overheid om in hun respectievelijke bevoegdheidsdomeinen:
• de middelbare scholieren en jongeren aan te moedigen om wetenschappelijke en technische cursussen te volgen en ervoor zorgen dat ze hun studies eindigen met een diploma op zak ;
• genoeg middelen geven aan het onderwijs zodat ze over een gepast didactisch materiaal en installaties kan beschikken;
• initiatieven van bedrijven die een brug slaan tussen het onderwijs en de bedrijfswereld te ondersteunen.
Contact :
Carl Van Der Auwera, cvanderauwera@essenscia.be, tél 02 238 97 37
Fabian Scuvie, fscuvie@essenscia.be, tél 02 238 97 56