essenscia weekly 63

22 | 05

Des coûts d’implémentation de REACH et CLP de plus en plus inquiétants

Depuis 2010, essenscia réalise une enquête annuelle auprès de ses membres sur l’état d’avancement et les problématiques liés à l’implémentation de REACH et du CLP. Pas moins de 36% des membres ont participé à cette enquête cette année et nous les en remercions. Plus de 40% des membres sont soumis à l’obligation d’enregistrement en leur qualité de producteur et/ou d’importateur tandis que pour 38% des formulateurs, la priorité est à la conversion de la classification des dangers des mélanges dans le cadre de la réglementation CLP pour le 1er juin 2015.

L’implémentation de REACH est sur la bonne voie. La Belgique est dans le peloton de tête en termes de nombres de soumissions de dossiers d’enregistrement. Plus d’un tiers des répondants ont fait l’objet d’une inspection positive par les autorités fédérales. La transmission des fiches de données de sécurité étendues est en cours dans la chaîne commerciale. La recherche et l’implémentation d’alternatives pour les substances  extrêmement préoccupantes (SVHC) ne cessent de croître.

Selon les participants, indépendamment de leur rôle dans la chaîne, les plus grands défis résident dans la communication à travers toute la chaîne de production et la création des scénarios d’exposition qui démontrent une utilisation sûre. En outre, les inquiétudes vont croissantes (augmentation de 10%) quant aux coûts des différents processus de REACH tels que l’évaluation des substances et l’autorisation qui doivent être budgétées en supplément de l’enregistrement et de la communication. La réglementation a également pour effet que beaucoup d’entreprises ont entamé une réflexion sur la composition et le portefeuille de leurs produits. Les critères plus stricts du CLP pour la classification des dangers ont (actuellement) un impact plus important que REACH.

L’enquête a également mis en lumière les besoins, en particulier pour les PME, d’un soutien accru pour rédiger les fiches de données de sécurité (étendues) et la classification et l’étiquetage des produits dangereux. essenscia propose à cet effet les formations et accompagnements nécessaires aux entreprises via ses programmes d’implémentation de REACH et CLP, intitulés Walrip en Wallonie et Vlarip en Flandre.

Si vous souhaitez en savoir plus sur l’enquête, il vous suffit de cliquer sur ce lien  pour retrouver les résultats complets.

Tine Cattoor
Advisor Product Policy

essenscial

Les fiches pratiques des chiffres clés 2013 de la chimie, des matières plastiques et des sciences de la vie sont à présent disponibles. Vous y retrouverez en un clin d’œil toutes les évolutions et tendances économiques de notre secteur en termes de chiffres d’affaires, d’emploi, de valeur ajoutée, d’investissements, d’exportations ou encore de dépenses en R&D en 2013.

Lire les détails. 

Ces chiffres clés sont disponibles tant au niveau national que pour la Wallonie et la Flandre.

Pour retrouver les chiffres clés de la Belgique et de la Wallonie, il vous suffit de cliquer sur ce lien (Belgique) et sur ce lien (Wallonie). 

Les chiffres clés pour la Flandre sont uniquement disponibles en néerlandais, cliquez ici. 

N’hésitez pas à les diffuser !

Sustainable development
Rapport de développement durable : Processus innovant d’Afton Chemical pour récupérer le soufre

Sur le site d’Afton Chemical à Feluy les émissions de sulfure d’hydrogène (H2S) issues du traitement des additifs pour lubrifiants sont à présent transformées en NaHS.

Découvrez le processus sur http://www.essensciaforsustainability.be/fr/planet/Biodiversite-et-services-ecosystemiques/Emissions-acidifiantes

Reach, CLP & Product policy
De afkorting REACH (Registration, Evaluation and Authorisation and Restriction of Chemicals) is goed ingeburgerd sinds het van kracht werd in 2007, maar veel bedrijven hebben toch nog vragen over hun verplichtingen.  REACH verplicht immers niet alleen chemische bedrijven om informatie te verzamelen en te verspreiden over de stoffen die ze op de markt brengen. Ook gebruikers van deze stoffen en producenten en invoerders van voorwerpen hebben hun processen moeten aanpassen. Vooral de steeds wijzigende lijst van zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) maakt naleving van de communicatieverplichting voor voorwerpen niet eenvoudig.

Lees verder.

Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS) is een initiatief van de Verenigde Naties dat wereldwijd gebruikt wordt om de gevaren van chemische producten aan te duiden. De Europese Unie heeft zich hierop gebaseerd om de CLP-verordening 1272/2008 (Classification, Labelling and Packaging) uit te werken. Deze verordening bepaalt hoe deze producten geclassificeerd en vooral geëtiketteerd moeten worden. Het bekendste element zijn de P- en H-zinnen die de huidige R- en S-zinnen vervangen. Voor stoffen is dit sinds 1 januari 2010 van kracht en voor mengsels (vb. verf) zal dit verplicht zijn vanaf 1 juni 2015. Door de strengere regels worden heel wat producten als gevaarlijker beoordeeld, ook al is de samenstelling niet gewijzigd.

Beide thema’s worden op een heldere manier uitgelegd en geïllustreerd met bedrijfsgetuigenissen in een infosessie die Enterprise Europe Network Vlaanderen organiseert in samenwerking met Essenscia.

U vindt het volledig programma en alle praktische info hier.

Formation CLP pour formulateurs

La date limite (1/6/2014) pour la transition vers la classification CLP des mélanges approche à grands pas. Pour soutenir les entreprises, essenscia organise une formation CLP intensive pour formulateurs.

Pour plus d'informations et inscriptions, cliquez ici.

Social policy
Ouvriers-employés: un statut, beaucoup de questions
Question 17: Puis-je commencer à établir des réserves pour mon coût de licenciement éventuel ?

Plus d'informations sur notre Extranet : cliquez ici.
Health, Safety & Environment
Deze VLAREM-trein wijzigt grondig de indeling voor opslag van gevaarlijke stoffen (VLAREM I), en de bijhorende sectorale voorwaarden (VLAREM II). Daarenboven wordt voor IED-bedrijven (de Industriële Emissies Richtlijn of IED, is de opvolger van de zgn IPPC richtlijn) een nieuwe VLAREM III ingevoerd.

Lees verder.

Elke VLAREM-trein is belangrijk, maar omdat deze VLAREM-trein drastisch ingrijpt op de opslag van gevaarlijke stoffen, is het belang voor onze sector extra groot.

Het is dankzij nauw en constructief overleg met LNE in de voorbereidende (studie)faze, en dankzij een oplossingsgerichte samenwerking met het kabinet Leefmilieu, dat de VLAREM-trein tot stand kon komen. De uitstekende samenwerking met vooral een luisterbereid kabinet resulteerde in een VLAREM-trein die voor alle partijen aanvaardbaar is.

Ook essenscia steunt bijgevolg de VLAREM trein, waarvan de inhoudelijke aspecten eerder op het SHE-forum werden toegelicht. Ter herinneringen worden hieronder enkele aandachtspunten hernomen;

• indeling gebeurt op basis van pictogram
• àlle opslag (ook die van gassen) wordt gebundeld in rubriek 17
• aerosolen krijgen een aparte rubriek
• de “hoofdeigenschap” komt te vervallen, wat leidt tot meervoudige rubricering
• de drempelwaarden verdubbelen grofweg
• voor scheidingsregels wordt een getrapt en flexibel systeem ingevoerd • overgangsbepalingen vrijwaren zoveel mogelijk reeds vergunde situaties
• ...
• BREF-conclusies worden voor IED-inrichtingen in VLAREM III gebundeld
• er worden omwille van de IED ook rapportageverplichtingen in VLAREM ingeschreven

Voor nadere toelichting staat pcornille@essenscia.be ter beschikking.

Sustainable construction
Buildchem, een NIB project van Federplast, VCB en essenscia, organiseert op 12/6/2014 in Technopolis, Mechelen een colloquium ‘Samen toekomst bouwen’ met lancering van haar boekwerk voor lokale overheden, POM's, OCMW's, sociale huisvestingsmaatschappijen en andere belangstellenden.

Lees verder.

Tijdens dit event zullen experten van universiteiten, kennisinstellingen, WTCB, federaties en bedrijven een aantal belangrijke uitdagingen rond duurzaam bouwen toelichten. Deze zullen tevens gekoppeld worden aan de initiatieven die uit de Buildchem clusterwerking zijn ontsproten.

Het programma :

Buildchem Colloquium - met sprekers van universiteiten, kennisinstellingen, WTCB, federaties en bedrijven.

12u30 Onthaal met sandwich lunch
13u15 Welkomstwoord
13u25 Innovatie in de bouw
13u50 Verander uw focus: Bereken de performantie op gebouwniveau. Petri Ven - Federplast
14u15 Nieuwe businessmodellen helpen bouwen betaalbaar te houden. Wim Debacker - VITO
14u40 Koffiepauze
15u00 Hoe kan innovatie de bouw helpen bij het sluiten van materialenkringlopen? Jef Bergmans - VITO
15u25 Renoveren of slopen, welke sociaal economische en technische factoren wegen door? Johan van Dessel - WTCB
15u50 Panelgesprek met lancering boekwerk ‘Samen toekomst bouwen’, resultaten en toekomstplannen van Buildchem
16u15 Afsluitende drink

Dit event is volledig GRATIS, zonder voorafgaande afmelding zien wij ons echter verplicht een no-show fee van €40 aan te rekenen.

Klik hier voor meer informatie.

News from our companies
...avec l'obtention de 52 nouveaux brevets, ce qui lui vaut de passer la barre des 100 000.

Lire les détails. 

Audrey Sherman, qui travaille au sein de l'Electronics & Energy Business Lab chez 3M, est l'une des inventrices à l'origine d'un des brevets décernés aujourd'hui. Elle détient à ce jour 50 brevets. Le plus récent concerne un matériau à la polyvalence extraordinaire, voué à apporter des améliorations dans les secteurs des cosmétiques, de l'isolation, de l'emballage et de l'électronique.

Chaque année, environ 3 000 brevets sont décernés à 3M aux quatre coins de la planète, dont 500 rien qu'aux États-Unis. Les produits brevetés offrent de belles perspectives à un grand nombre d'industries, aussi variées que le sont les activités de 3M : adhésifs et produits de stérilisation pour le secteur des soins de santé, électronique grand public, panneaux routiers rétroréfléchissants, etc. 3M a obtenu son tout premier brevet en 1924. L'année suivante, William McKnight, qui fut président du Conseil d'administration, décrochait le deuxième après avoir mis au point un support pour papier abrasif.

« Les brevets sont indispensables pour protéger notre politique d'innovation et nos investissements considérables en recherche et développement », conclut Fred Palensky. 3M investit en effet près de 6 % de son chiffre d'affaires annuel dans la recherche et le développement, y compris via le financement de plusieurs plateformes technologiques qui devraient faire leur entrée sur le marché d'ici quelques années.

3M est sans cesse en quête de nouvelles idées pour les transformer en milliers de produits ingénieux. 

Met grote droefheid vernamen de directie en de medewerkers van Bayer MaterialScience op 13 mei het nieuws over het overlijden van Dr. Dr. h.c. Dieter Freitag, het voormalige Hoofd van Onderzoek voor de Kunststof Business Groep en Hoofd van Materialenonderzoek voor Bayer Central Research.

Dr. Freitag was verantwoordelijk of medeverantwoordelijk voor meer dan 400 patenten (waaronder vele in de Verenigde Staten) die resulteerden in de ontwikkeling van nieuwe producten op het vlak van het modellering van thermoplastische materialen. 

Dr. Freitag begon zijn professionele carrière in 1967 bij Bayer AG, waar hij zich meer dan 30 jaar toelegde op onderzoek en ontwikkeling in innovatieve polymeertechnologieën. Dr. Freitag had doorheen zijn loopbaan bij Bayer verschillende functies met toenemende verantwoordelijkheid, en groeide door tot Hoofd van Thermoplastics Research. Hij werd later gepromoveerd tot Hoofd van Onderzoek voor de Kunststof Business Groep en tenslotte tot Hoofd van Materialenonderzoek voor Bayer Central Research.

Na zijn vertrek bij Bayer AG in 2001, werd Dr. Freitag Chief Technology Officer verantwoordelijk voor polymeertechnologieën bij Triton Systems.

Dr. Freitag ontving talloze erkenningen voor zijn belangrijke verwezenlijkingen en bijdrage tot de groei van de kunststoffenindustrie, waaronder de Otto Bayer Medaille, de Hermann F. Mark Medaille van het Oostenrijkse Ministerie voor Onderzoek  en een eredoctoraat van de Russische Academie voor Wetenschappen. Hij werd ook tot corresponderend lid benoemd van de Italiaanse Accademia dei Georgofili voor zijn bijdragen op het vlak van milieuvriendelijke chemie. In 2006 werd Dr. Freitag ook als eerste Duitser opgenomen in de ‘Plastic Hall of Fame’, een van de hoogste erkenningen in de kunststofindustrie; hiermee vervoegde hij een illuster gezelschap van Nobelprijswinnaars, oprichters van chemiebedrijven en belangrijke uitvinders.

News from our partners

Informez-vous en participant à un petit déjeuner sur les opportunités
d’affaires en Mongolie, le lundi 2 juin 2014 de 8h45 à 10h30 au Cercle du Lac
à Louvain-la-Neuve, Boulevard Baudouin Ier 23, 1348 Louvain-la-Neuve (salle Ontario).

Lire les détails. 

La Mongolie occupe un vaste territoire et a une population totale de 2,8 millions d’habitants. Située entre les 2 gigantesques marchés que sont la Russie et la Chine, sa capitale, Oulan-Bator est aussi la plus grande ville du pays et la plus peuplée (1,6 million d’habitants).

Si la Mongolie reste un pays pauvre avec une économie de taille modeste (PIB en 2012 : 10,27 milliards USD), l’économie mongole dispose toutefois de nombreux atouts (richesse des matières premières, cheptel important) et plusieurs secteurs (mines, agroalimentaire, télécommunications, tourisme) recèlent un fort potentiel de développement. La Mongolie est un pays ouvert : il importe l’essentiel de ses besoins de consommation de l’étranger.

Par ailleurs, les donateurs internationaux (Banque mondiale et FMI en tête) pourvoient à 25% du revenu national de ce pays qui est l’un des plus aidés au monde (98 USD par habitant).

L’économie mongole connaît d’ailleurs une croissance soutenue depuis 2002 (17% en 2011 ; 6,5% en 2010 ; -1,6% en 2009 à cause de la crise mondiale ; 8,9% en 2008), essentiellement due à la hausse du cours des matières premières, stimulée par la demande chinoise.

Le développement économique de la Mongolie repose notamment sur l’exploitation de très importants gisements miniers.

Ces bonnes performances macroéconomiques demeurent cependant fragiles compte tenu des défis liés au développement rural, aux problèmes d’environnement (78% des sols et des écosystèmes sont dégradés) et à la dépendance du pays à l’égard de la conjoncture mondiale.

Programme

8h45: Accueil
9h00: “ Comment l'AWEX peut-elle m'aider dans ma prospection en Mongolie, quels sont les aspects locaux dont je dois tenir compte lors de mon approche marché ” par Mme Emmanuelle Dienga, Attachée économique et commerciale de l’AWEX à Pékin, en charge de la Mongolie.
10h00: Témoignage d’entreprises et Q&A
10h30: Fin du séminaire

La participation à ce séminaire est gratuite.

Pour toute information complémentaire et inscription : Isabelle Pollet, i.pollet@awex.be ou 02/421.84.40. Inscriptions au plus tard le 26 mai 2014.

Duurzame chemie, energie, gezondheid, materialen- en landgebruik zijn de
vijf thema’s waar VITO zich op focust. De thema’s sluiten aan bij de missie en
expertise van VITO en bieden een antwoord op de maatschappelijke uitdagingen
van vandaag en morgen. Al die socio-economische ontwikkelingen vergen nieuwe en betere, duurzame technologieën, maar ook een omslag in het denken. VITO zet daarom in
op duurzaamheid en transitiedenken als bindende factor tussen de  vijf onderzoeksthema’s.

Lees verder.

Onderzoeksorganisatie VITO heeft een nieuwe beheersovereenkomst gesloten met de Vlaamse overheid voor de periode 2014-2018. De jaarlijkse dotatie van VITO voor die periode werd bovendien verhoogd tot 38,6 miljoen euro. De focus van het onderzoek van VITO ligt op de grote maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen. De rode draad is duurzame ontwikkeling, cleantech en transitie.

VITO legt de focus op 5 onderzoeksthema’s: duurzame chemie, energie, gezondheid, materialen- en landgebruik. Ze sluiten perfect aan bij de missie en expertise van VITO als technologische onderzoeksorganisatie en bieden een antwoord op de maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen. Al die socio-economische ontwikkelingen vergen nieuwe en betere, duurzame technologieën, maar ook een omslag in het denken. VITO zet daarom in op duurzaamheid en transitiedenken als bindende factor tussen de  vijf onderzoeksthema’s.

Voorzitter Raad van bestuur  van VITO, em. prof. dr. Harry Martens : “Wij zijn blij dat we opnieuw het vertrouwen hebben gekregen van de Vlaamse regering en het sterkt ons dat we op de goede weg zijn. Als VITO is het onze missie om het economisch en maatschappelijk weefsel in Vlaanderen te versterken en wij hopen de komende jaren onze dienstverlening aan de industrie en in de groeilanden, zoals China en India, op het vlak van duurzame ontwikkeling en cleantech verder uit te bouwen.”

Minister van Innovatie Ingrid Lieten: “VITO is een vaste waarde in het Vlaamse innovatielandschap. VITO heeft de maatschappelijke uitdagingen, zoals energievoorziening en materiaalschaarste bovenaan haar onderzoekagenda geplaatst. Ook nu zal VITO nieuwe relevante onderzoeksthema’s aansnijden zoals duurzame chemie, energievoorziening in steden en geothermie. Daarom ben ik blij dat ik met VITO een nieuwe overeenkomst van 5 jaar heb kunnen afsluiten die  extra middelen geeft om hun maatschappelijk relevant onderzoek uit te kunnen bouwen. Ik ben daarnaast zeer opgetogen over de samenwerking tussen VITO en EnergyVille, waarmee ze samen met imec alle topexpertise met betrekking tot energieonderzoek bundelen.”

EnergyVille is een samenwerking tussen de onderzoeksinstellingen KU Leuven, VITO en imec. De Campus EnergyVille, een onderzoekscentrum, is in opbouw in Waterschei in Genk. Het kenniscentrum streeft ernaar om bij de top vijf van Europa te horen op het vlak van innovatief energieonderzoek. In nauwe samenwerking met lokale, regionale en internationale partners verenigt EnergyVille onderzoek, ontwikkeling, training en innovatieve industriële activiteiten.

 

 


2013 2014 2015 2016 2017