essenscia weekly 60

23 | 04
Mémento Social 2013-2014

Cette semaine, une nouvelle édition du Mémento Social 2013-2014 a été distribuée aux membres d’essenscia.

Dans cette version, vous trouverez une mise à jour de toutes les dispositions reprises dans les CCT sectorielles. Ces textes de CCT constituent la base pour l’ensemble des conditions de travail et de salaires qui sont d’application dans les Commissions Paritaires des ouvriers (CP116) et des employés (CP207) de l’industrie chimique.

Comme vous pouvez le constater, le Mémento Social a fait peau neuve. A travers ce nouveau style, nous mettons également l’accent sur la qualité de notre service: offrir des conseils avisés pour vous permettre de naviguer dans une réglementation toujours plus complexe. N’hésitez donc pas à faire appel à nos experts en cas de besoin; en tant que conseillers, ils sont à votre service!

Nous vous souhaitons beaucoup de plaisir lors de la lecture de ce Mémento Social 2013-2014 et restons à votre disposition.

Koen Laenens
Directeur Affaires sociales
Sustainable development
Rapport de développement durable : Une efficience énergétique sans cesse améliorée
L’efficience énergétique de l’ensemble du secteur s’est améliorée au point de conduire à un découplage manifeste entre la production et la consommation énergétique. Depuis 1990, la production(2)  totale de l’industrie chimique et des sciences de la vie en Belgique a plus que triplé, alors que la consommation énergétique n’a augmenté que de 40%.  

Découvrez les initiatives de nos entreprises en la matière sur http://www.essensciaforsustainability.be/fr/planet/Energie/Efficience-energetique.
DETIC Institute organise l'infosession « Choisir la bio économie? Définitions, certification et témoignages d’entreprises», le 20 mai 2014 de 13h00 à 17h00.

Lire les détails.

DETIC Institute organise l'infosession « Choisir la bio économie? Définitions, certification et témoignages d’entreprises», le 20 mai 2014 de 13h00 à 17h00. Inscrivez-vous en ligne dès maintenant.  

La volonté de faire évoluer, à court terme, notre économie basée sur le carbone et les énergies fossiles vers une économie décarbonnée et durable est clairement inscrite au programme de l'Union européenne et des autorités belges. 

Une étude réalisée par UEBT (Union for Ethical BioTrade Biodiversity Barometer) dans divers pays dont les plus grands marchés européens, indique que près de 87% des consommateurs souhaitent que les entreprises disposent de sources renouvelables respectueuses de la biodiversité. Nombre d'entreprises sont d’ores et déjà engagées en matière de bio sourcing ou, via l'innovation, dans la recherche d'une transition vers une économie du « renouvelable ». 

Dans ce contexte, DETIC Institute organise ce 20 mai une séance d’informatin dédiée à la Bio économie.  Qu'est-ce que la bio-économie ?  Quel est son influence sur le marché belge ?  Quels en sont les standards ?  Que faut-il savoir pour y évoluer ?  Le bio sourcé est-il la panacée du développement durable ?  Quelle(s) certification(s) « Bio » choisir ?  Autant de questions qui, nous le souhaitons, trouveront réponse(s) grâce à l'intervention d’orateurs spécialistes et de témoignages d'entreprises.

Programme : http://www.detic-enterprises.be/fr/detic-institute-biocides/inscription-session-dinfo-bioeconomie

Inscriptions : http://www.detic-enterprises.be/fr/form-infossessions

Innovation & patents
Asia Biotech Invest, 3 – 5 June
essenscia/bio.be supports Asia Biotech Invest, that will take place from 3 to 5 June 2014 in Hong Kong.  Bio.be members receive 10% discounts on admission fee. Register today with Priority code BH793BBE10.

Click here for more information.
Energy & Climate
essenscia vlaanderen is tevreden met de beslissing van de Vlaamse regering om energie-intensieve bedrijven financiële compensaties te geven voor een deel van de CO2-kosten op de elektriciteitsfactuur.

Lees verder.

Het Europese klimaatbeleid verplicht de elektriciteitssector om uitstootrechten aan te kopen voor elke ton CO2 die hij uitstoot. Die kosten worden doorgerekend aan de elektriciteitsverbruikers, met als gevolg dat energie-intensieve bedrijven hun energiefactuur zien stijgen. Om te vermijden dat bedrijven door die hoge factuur naar regio’s verhuizen zonder uitstootbeperkingen, mogen lidstaten bepaalde sectoren beschermen door ze deels financieel te compenseren. Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk doen dat al, Vlaanderen gaat dat nu ook doen.

Vlaams minister-president Kris Peeters kondigde samen met Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege aan dat een 200-tal energie-intensieve bedrijven samen van een compensatie van ongeveer 60 miljoen euro zouden kunnen genieten voor hun elektriciteitsfactuur van 2013.

essenscia vlaanderen is tevreden met de steunmaatregel opdat de Vlaamse bedrijven geen competitief nadeel zouden ondervinden tegenover concurrerende bedrijven in de buurlanden. “De maatregel geeft blijk van de inspanningen van de Vlaamse regering om een duurzame heropleving van economische activiteit te ondersteunen en stuurt een positief investeringssignaal naar de ondernemingen”, zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van essenscia vlaanderen. “De energiekosten blijven immers een cruciale factor voor het concurrentievermogen van industriële ondernemingen.”

essenscia pleit in dat kader voor een energienorm die de industriële energiekosten, zowel voor elektriciteit als aardgas, in België en Vlaanderen vergelijkt met onze buurlanden én met de internationale prijzen. Bij vaststelling van een competitieve handicap moeten de bevoegde overheden ingrijpen en maatregelen nemen om deze handicap weg te werken.

Reach, CLP & Product policy
De deadline voor omschakeling naar CLP indelingen voor mengsels, 1/6/2015, nadert met rasse schreden. Hoogtijd dus om nu te starten met de voorbereidingen binnen uw bedrijf.

VOLZET.
Wegens succes wordt de opleiding hernomen op 5 – 9 – 16 en 19 september.
VOLZET. Wegens succes wordt de opleiding hernomen op 5 – 9 – 16 en 19 september.

Na deze intensieve vierdaagse CLP opleiding die essenscia aanbiedt in samenwerking met Arche, BIG, VITO en Universiteit Gent, kan u zelf de indeling van uw mengsels bepalen en afleiden hoe etiketten, verpakkingen en veiligheidsinformatiebladen moeten worden aangepast.

Experts leren u de achterliggende testmethodes te begrijpen en correct in te schatten. Aan de hand van talrijke oefeningen oefent u de opgedane kennis in. Hebt u nu al specifieke vragen? Geef ze door bij de inschrijving zodat de lesgevers hier maximaal aandacht kunnen aan besteden.

Waar: Centre Environmental Science & Technology (CES&T) van de Universiteit Gent, J. Plateaustraat 22, 9000 Gent.

Wanneer: vrijdag 6, 13, 20 en 27 juni 2014 telkens van 9u30 tot 16u00.
Voor wie: iedereen die betrokken is bij de conversie van de indeling van hun producten volgens de CLP. CLP voorkennis is niet noodzakelijk.

Inschrijvingsgeld (excl. BTW):

Leden essenscia: 350 € per dagmodule of 1.250 € voor de volledige cyclus
Niet-leden essenscia: 550 € per dagmodule of 2.100 € voor de volledige cyclus
Inbegrepen in deze prijs: syllabus, koffiepauze in de voor- en namiddag, broodjeslunch, getuigschrift
Info en inschrijvingen online via http://www.essenscia.be/nl/agenda/evenement/167

Inschrijven per afzonderlijke dagmodule is ook mogelijk.

essenscia is erkend als opleidingsverstrekker in het kader van de KMO-portefeuille.
En plus des défis permanents de REACH, il y a maintenant aussi les obligations belges pour les nanomatériaux

Fin février, le Conseil des ministres a approuvé l’introduction d’un registre belge pour les nanomatériaux. Au niveau européen, il se passe également pas mal de choses…

Lire les détails.
La journée d’étude annuelle sur la politique des produits se penche sur les nanomatériaux et les obligations qui y sont liées.

REACH et CLP évoluent aussi. Nous intéresserons à ce qui nous attend, à savoir les enregistrements pour 2018, les fiches de données de sécurité pour les mélanges, et nous partagerons nos expériences sur les substances extrêmement préoccupantes (SVHC) et les demandes d'autorisation.

Essenscia vous invite au prochain séminaire de politique des produits,  le mardi 6 mai, où en plus des développements de REACH et CLP nous développerons les obligations spécifiquement belges pour les fabricants, formulateurs et utilisateurs de nanomatériaux.

Prix : membres essenscia, Vlarip et Walrip : 250 EUR – non-membres : 350 EUR

Location : Diamantbuilding – Boulevard Auguste Reyers 80 – 1030 Bruxelles

Cliquez ici pour le programme détaillé et pour vous inscrire.
Social policy
Question 14 : Quelles sont les règles particulières pour mettre fin à un contrat à durée déterminée avant son échéance en cas de maladie ou d’accident ?

Plus d'informations sur notre Extranet, cliquez ici.

Procédure d’avis dans le cadre de la réduction des charges R&D (art. 275/3 CIR)
L’AR du 23 mars 2014 fixe les modalités de la procédure d'avis.

Plus d'informations sur notre Extranet, cliquez ici.
Modalités contrôles fiscaux sur les dispenses partielles de versement du précompte professionnel
Plus d'informations sur notre Extranet, cliquez ici.
Health, Safety & Environment
Bedrijven die over een eigen private waterwinning (grondwaterwinning, oppervlaktewaterwinning, …) beschikken dienen - indien gebruik gemaakt wordt van gemeentelijke infrastructuur voor de afvoer van het afvalwater - een gemeentelijke vergoeding te betalen. Als aansluitend het afvalwater behandeld wordt in een RWZI, dient er eveneens een bovengemeentelijke vergoeding betaald te worden.

Door invoering van de financierende heffing wordt de wijze van aanrekening van de (boven)gemeentelijke vergoedingen grondig gewijzigd.

Lees verder.

Bovengemeentelijke vergoeding

De bovengemeentelijke vergoeding werd tot op heden aangerekend via de heffing op het lozen van afvalwater al dan niet rekening houdend met bovengemeentelijke vergoedingen aangerekend door Aquafin NV (in die gevallen waar er een saneringscontract afgesloten werd met Aquafin NV).

Vanaf 2014 is VMM niet langer belast met de aanrekening van de bovengemeentelijke vergoeding, maar zal deze aangerekend worden door de drinkwatermaatschappijen via de drinkwaterfactuur. Dit betekent dat vanaf 2014 de drinkwaterfactuur een bovengemeentelijke vergoedingscomponent zal bevatten. Op deze manier kan uw bedrijf de bovengemeentelijke saneringsvergoeding als fiscaal aftrekbare kost in rekening brengen.

Deze nieuwe facturatiewijze houdt echter in principe in dat men in 2014 tweemaal een bovengemeentelijke vergoeding zou moeten betalen : 
 

  • Enerzijds een bovengemeentelijke vergoeding voor het lozingsjaar 2013 (welke geïnd wordt via de heffing te vestigen in 2014);
  • Anderzijds een (voorschot op) de bovengemeentelijke vergoeding voor het lozingsjaar 2014 (te betalen via voorlopige aanrekeningen via de drinkwaterwaterfacturen uitgestuurd in 2014).

Om dit te vermijden worden (éénmalig) bovengemeentelijke vergoedingen die in 2014 via voorschotfacturen aangerekend worden, in mindering gebracht bij de heffing die in 2014 zal gevestigd worden.

Vanaf 2015 worden bovengemeentelijke vergoedingen nog enkel via de drinkwaterfactuur aangerekend.

Gemeentelijke vergoedingen

De gemeentelijke vergoedingen worden reeds aangerekend via de drinkwaterfactuur. Bij de aanrekening van de gemeentelijke vergoeding volgen echter niet alle drinkwaterbedrijven eenzelfde methodiek. Sommige drinkwaterbedrijven factureren een voorlopige aanrekening (voorschot) tijdens het verbruiksjaar zelf, waarna zij twee jaar later een definitieve afrekening opmaken op basis van de werkelijke verbruiken van het aangerekende verbruiksjaar. Andere drinkwaterbedrijven wachten tot de werkelijke verbruiken van het verbruiksjaar gekend zijn, en rekenen dan pas de gemeentelijke vergoeding aan.

Vanaf 2014 moeten alle drinkwatermaatschappijen evenwel eenzelfde facturatieregime hanteren en moet daarenboven de aanrekening van de gemeentelijke vergoeding afgestemd worden op de aanrekening van de bovengemeentelijke vergoeding.

Dit betekent dat drinkwatermaatschappijen die momenteel enkel met eindafrekeningen werken, een inhaalbeweging zullen moeten doen.

Om te vermijden dat bedrijven in 2014 geconfronteerd worden met eindafrekeningen van voorgaande jaren alsook met voorlopige aanrekingen voor 2014, werd in overleg met de drinkwatermaatschappijen een overgangsregeling uitgewerkt.

Deze overgangsregeling houdt in dat in 2014 enkel voorlopige aanrekeningen van de gemeentelijke vergoeding worden gefactureerd.

Eventueel in te halen eindafrekeningen van gemeentelijke vergoedingen voor de jaren 2012 en/of 2013, zullen pas vanaf 2015 gefactureerd worden.

De concrete invulling van de overgangsbepaling is afhankelijk van het huidige facturatieregime van uw drinkwatermaatschappij en wordt toegelicht in een schrijven dat u de komende weken van uw drinkwatermaatschappij zal ontvangen.
Opmerking : in die gevallen waar de gemeentelijke vergoedingen nu reeds via voorlopige aanrekeningen worden aangerekend, wijzigt er op zich dus niets.

Meer info ?

Op het SHE-forum van 21 mei 2014 wordt een toelichting gegeven over het gewijzigde facturatieregime (meer info zie extranet).

Bedrijven die over een eigen waterwinning beschikken zullen de komende weken een brief ontvangen van hun drinkwatermaatschappij om het gewijzigd facturatieregime toe te lichten.

Drinkwatermaatschappijen en VMM organiseren diverse regionale infosessies omtrent dit topic (zie: www.aquaflanders.be/actueel.aspx)

Indien u vragen heeft kan u altijd contact opnemen met uw drinkwatermaatschappij (zie schrijven drinkwatermaatschappij) of met Steven Van de Broeck (svb@essenscia.be).

Il y a tout juste un an, essenscia a lancé une application web permettant la collecte gratuite de bonbonnes de gaz industriel. Avec 200 bonbonnes récoltées à son actif, et ce, de façon sécurisée, l’application est un véritable succès.

Lire les détails.
Les particuliers et les entreprises peuvent, depuis un an, signaler la présence d’une bonbonne de gaz sur http://cylinders.essenscia.be. Pour ce faire, il suffit d’effectuer une déclaration électronique et d’y joindre une photo de la bonbonne. S’il s’agit d’un cylindre à haute pression, sur lequel la marque est visible, le secteur s’engage à venir collecter gratuitement les bonbonnes de gaz industriel.

Le secteur a lancé cette initiative, après avoir constaté que des bonbonnes se retrouvaient quelques fois chez les ferrailleurs, ce qui peut mener à des situations dangereuses lorsque celles-ci sont broyées par les machines ou si un gaz résiduel s’en échappe.

Les entreprises concernées ont pu, un an après la mise en ligne du site, récupérer 200 bonbonnes. Ces chiffres démontrent la nécessité et l’efficacité d’un tel système de collecte. Durant la première année, il s’est avéré que ce sont principalement des vieilles bonbonnes de gaz, qui la plupart du temps, ont été mises hors service en toute sécurité et de façon professionnelle.

Les entreprises qui produisent des bonbonnes de gaz industriel sont ACP, Air Liquide, Air Products, Chemogas, IJsfabriek, International Gas & Services, Messer Belgium, Praxair et
Transport & Logistics
Plus de cinq ans après l'entrée en vigueur de la réglementation relative à l’arrimage des charges sur les véhicules de transport, trop d’accidents arrivent encore suite au fret insuffisamment sécurisé ou dangereux. Cela montre que - malgré la disponibilité des différentes normes et lignes directrices – l’arrimage des charges reste toujours un défi pour les entreprises.

Lire les détails.
Pour soutenir les entreprises dans cette matière, essenscia organise un séminaire le 23 mai 2014 sur « l’arrimage des charges ».

Pendant le séminaire, les différents experts expliquent l'aspect de l’arrimage des charges, en mettant l’accent sur l'application pratique de la sécurisation du chargement. L’attention particulière est également accordée aux responsabilités de chacun des acteurs impliqués, ainsi que sur l'importance d'utiliser un emballage de transport approprié.

Ce séminaire est donc un événement incontournable pour toute personne qui veut appliquer correctement l’arrimage des charges dans la pratique.

Programme et inscription :
Cliquez sur : http://www.essenscia.be/fr/calendrier/evenement/174
essenscia vlaanderen
Bedrijven die over een eigen private waterwinning (grondwaterwinning, oppervlaktewaterwinning, …) beschikken dienen - indien gebruik gemaakt wordt van gemeentelijke infrastructuur voor de afvoer van het afvalwater - een gemeentelijke vergoeding te betalen. Als aansluitend het afvalwater behandeld wordt in een RWZI, dient er eveneens een bovengemeentelijke vergoeding betaald te worden.

Door invoering van de financierende heffing wordt de wijze van aanrekening van de (boven)gemeentelijke vergoedingen grondig gewijzigd.

Lees verder.

Bovengemeentelijke vergoeding

De bovengemeentelijke vergoeding werd tot op heden aangerekend via de heffing op het lozen van afvalwater al dan niet rekening houdend met bovengemeentelijke vergoedingen aangerekend door Aquafin NV (in die gevallen waar er een saneringscontract afgesloten werd met Aquafin NV).

Vanaf 2014 is VMM niet langer belast met de aanrekening van de bovengemeentelijke vergoeding, maar zal deze aangerekend worden door de drinkwatermaatschappijen via de drinkwaterfactuur. Dit betekent dat vanaf 2014 de drinkwaterfactuur een bovengemeentelijke vergoedingscomponent zal bevatten. Op deze manier kan uw bedrijf de bovengemeentelijke saneringsvergoeding als fiscaal aftrekbare kost in rekening brengen.

Deze nieuwe facturatiewijze houdt echter in principe in dat men in 2014 tweemaal een bovengemeentelijke vergoeding zou moeten betalen : 
 

  • Enerzijds een bovengemeentelijke vergoeding voor het lozingsjaar 2013 (welke geïnd wordt via de heffing te vestigen in 2014);
  • Anderzijds een (voorschot op) de bovengemeentelijke vergoeding voor het lozingsjaar 2014 (te betalen via voorlopige aanrekeningen via de drinkwaterwaterfacturen uitgestuurd in 2014).

Om dit te vermijden worden (éénmalig) bovengemeentelijke vergoedingen die in 2014 via voorschotfacturen aangerekend worden, in mindering gebracht bij de heffing die in 2014 zal gevestigd worden.

Vanaf 2015 worden bovengemeentelijke vergoedingen nog enkel via de drinkwaterfactuur aangerekend.

Gemeentelijke vergoedingen

De gemeentelijke vergoedingen worden reeds aangerekend via de drinkwaterfactuur. Bij de aanrekening van de gemeentelijke vergoeding volgen echter niet alle drinkwaterbedrijven eenzelfde methodiek. Sommige drinkwaterbedrijven factureren een voorlopige aanrekening (voorschot) tijdens het verbruiksjaar zelf, waarna zij twee jaar later een definitieve afrekening opmaken op basis van de werkelijke verbruiken van het aangerekende verbruiksjaar. Andere drinkwaterbedrijven wachten tot de werkelijke verbruiken van het verbruiksjaar gekend zijn, en rekenen dan pas de gemeentelijke vergoeding aan.

Vanaf 2014 moeten alle drinkwatermaatschappijen evenwel eenzelfde facturatieregime hanteren en moet daarenboven de aanrekening van de gemeentelijke vergoeding afgestemd worden op de aanrekening van de bovengemeentelijke vergoeding.

Dit betekent dat drinkwatermaatschappijen die momenteel enkel met eindafrekeningen werken, een inhaalbeweging zullen moeten doen.

Om te vermijden dat bedrijven in 2014 geconfronteerd worden met eindafrekeningen van voorgaande jaren alsook met voorlopige aanrekingen voor 2014, werd in overleg met de drinkwatermaatschappijen een overgangsregeling uitgewerkt.

Deze overgangsregeling houdt in dat in 2014 enkel voorlopige aanrekeningen van de gemeentelijke vergoeding worden gefactureerd.

Eventueel in te halen eindafrekeningen van gemeentelijke vergoedingen voor de jaren 2012 en/of 2013, zullen pas vanaf 2015 gefactureerd worden.

De concrete invulling van de overgangsbepaling is afhankelijk van het huidige facturatieregime van uw drinkwatermaatschappij en wordt toegelicht in een schrijven dat u de komende weken van uw drinkwatermaatschappij zal ontvangen.
Opmerking : in die gevallen waar de gemeentelijke vergoedingen nu reeds via voorlopige aanrekeningen worden aangerekend, wijzigt er op zich dus niets.

Meer info ?

Op het SHE-forum van 21 mei 2014 wordt een toelichting gegeven over het gewijzigde facturatieregime (meer info zie extranet).

Bedrijven die over een eigen waterwinning beschikken zullen de komende weken een brief ontvangen van hun drinkwatermaatschappij om het gewijzigd facturatieregime toe te lichten.

Drinkwatermaatschappijen en VMM organiseren diverse regionale infosessies omtrent dit topic (zie: www.aquaflanders.be/actueel.aspx)

Indien u vragen heeft kan u altijd contact opnemen met uw drinkwatermaatschappij (zie schrijven drinkwatermaatschappij) of met Steven Van de Broeck (svb@essenscia.be).

Bij de voorstelling van BlueChem in Antwerpen op donderdag 10 april kondigde Vlaams minister-president Kris Peeters aan dat Vlaanderen bereid is middelen vrij te maken om de incubator binnen een EFRO-project financieel te steunen. De stad Antwerpen zei bij monde van schepen voor Economie Philip Heylen dat al 4 miljoen in de investeringsbegroting voorbehouden is voor BlueChem. 

Lees verder.
BlueChem moet een een plek worden waar startende bedrijven, kmo’s, onderzoeks- en ontwikkelingsafdelingen van grote bedrijven en kennisinstellingen kunnen samenkomen. Op donderdag 10 april werd het business model voorgesteld, een model dat uitgaat van een startscenario met een incubator van 4.000 m² voor bedrijven en kennisinstellingen om er duurzame chemielabo’s te vestigen.

Alle aansluitingen om labo’s aan te schakelen zullen op BlueChem aanwezig zijn, volgens het zogeheten “plug & play”-model. Daarnaast zal de incubator ook allerlei services aanbieden zoals financieringsinstrumenten, mogeljikheden tot upscaling, administratieve ondersteuning, matchmaking met partners etc. BlueChem zal zich richten op de valorisatie van afval en nevenstromen inclusief biomassa, energie en water.

De basisinvestering bedraagt 6,1 miljoen euro in het gebouw. Voor de uitbreiding tot 6.000 m² -het groeiscenario- is een extra basisinvestering van 1,8 miljoen euro nodig. Er wordt gestart met 4 personeelsleden. In 10 jaar tijd moet BlueChem leiden tot een klantenbasis van 33 tot 55 bedrijven met 1.000 tot 1.650 jobs.

Zowel Kris Peeters, Vlaams minister-president, als Philip Heylen, Antwerpse schepen van Economie, hebben financiële steun toegezegd bij de voorstelling van het business model van BlueChem op donderdag 10 april. Peeters noemde toen ook het bedrijventerrein Blue Gate Antwerp als ideale locatie voor het BlueChem-project. In 2016 zou het project gerealiseerd moeten zijn. Nog dit jaar wil BleuChem daarom een EFRO-dossier (Europees project voor regionale ontwikkeling) indienen.

Cruciaal voor het slagen van het project is de samenwerking met de stakeholders. FISCH, Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry) steunt het huidige business model. Het technologische onderzoekscentrum VITO wil meewerken aan het project als voldoende onderzoeksgroepen gebundeld kunnen worden op de site. Voorzitter van de Industrieraad en BASF-topman Wouter De Geest pleit voor sectoroverschrijdende samenwerking met onder meer de voeding- en geneesmiddelenindustrie.
essenscia benefits

C’est avec plaisir que nous vous annonçons que Select HR est à nouveau partenaire du Programme essenscia Benefits en 2014-2015 !

Lire les détails.

Après une première année remplie de succès, au cours de laquelle de nombreux membres d’essenscia ont bénéficié d’avantages,  Select HR prolonge les conditions offertes en 2013-2014 aux membres d’essenscia.

Select HR propose des solutions intégrées du plus haut niveau pour un ensemble de défis liés aux ressources humaines. Ces services sont fournis par une équipe de consultants expérimentés dans les domaines du recrutement et de la sélection, de la consultance et de l’outplacement.

Les conditions spéciales s’appliquent à tous nos services:

- Recrutement & sélection
- Outplacement
- Assessment
- Project Sourcing
- Intérim

Dans le cadre du programme essenscia Benefits, Select HR accordera une réduction de 10% sur la marge brute totale issue de la collaboration avec chaque membre essenscia dans les services précités. Le montant calculé sera ristourné aux membres essenscia en juin 2015.

Visitez www.selecthr.be/fr/essenscia

News from our companies

Les géants pharmaceutiques britannique GlaxoSmithKline (GSK) et suisse Novartis ont annoncé mardi un vaste accord dans le cadre duquel le premier va vendre sa division cancérologie pour 16 milliards de dollars au second et lui racheter ses vaccins pour environ 7 milliards.

Lire les détails.

Les deux groupes vont en outre s'allier dans la santé grand public en créant une coentreprise pesant 6,5 milliards de livres de revenus (7,9 milliards d'euros, 10,9 milliards de dollars) dont GSK détiendra 63,5%.

 "Cette transaction en trois parties accélère notre stratégie destinée à générer une croissance des ventes viable et diversifiée et à améliorer nos résultats à long terme", a déclaré le directeur général de GSK, Andrew Witty.

"Les opportunités d'accroître notre taille et de regrouper des actifs de grande qualité dans les vaccins et la santé grand public sont rares. Grâce à cette transaction, nous allons renforcer substantiellement deux de nos divisions clés et créer de nouvelles options significatives afin d'augmenter la valeur pour nos actionnaires". Ces derniers recevront 4 milliards de livres (4,8 milliards d'euros) à la suite de cette transaction, qui nécessite le feu vert des actionnaires du groupe britannique et des autorités de la concurrence et qui devrait être finalisée au cours du premier semestre 2015.

Cet accord intervient dans le cadre d'une remise à plat plus large des activités du suisse qui va vendre par ailleurs sa division de santé animale au géant américain Eli Lilly pour 5,4 milliards de dollars (3,9 milliards d'euros).

Baxter fête son 60ème anniversaire en Belgique

En 2014, Baxter fête son 60ème anniversaire en Belgique. A cette occasion, la société pharmaceutique inaugure une exposition unique sur les innovations dans le domaine de la science médicale. L’exposition, accessible au grand public à partir du samedi 26 avril 2014 au musée Hôpital Notre-Dame à la Rose à Lessines, retrace l’histoire de Baxter depuis sa création en 1931 aux Etats-Unis, et plus particulièrement, l’histoire de sa filiale belge depuis 1954 jusqu’à nos jours.

Pour plus d’informations : tina_vandenbosch@baxter.com
www.baxter.be/60years

News from our partners
The member companies of BiR&D asbl/vzw have the pleasure to invite you to the Academia-Industry seminar & networking event under the heading: Belgium, THE better place for R&D on Tuesday 13 May 2014 at 15:00 in Diamant Building Bd Auguste Reyers, 80
1030 Brussels.

Read more.

BiR&D asbl/vzw (Belgian industrial R&D) is the platform of industrial companies with a major international research center in Belgium, in total employing over 8.000 people in R&D. The mission is to stimulate the attractiveness and effectiveness of industrial R&D in Belgium, whereto the collaboration with the Universities & their Associations is key.

Over the last 5 years, BiR&D has set up seminars on how this collaboration can be strengthened. Many best practice examples have been exchanged with the Universities. In order to enhance the collaboration process, BiR&D has agreed to a CHARTER with the Belgian Universities, that was signed and presented last year.
This seminar will start with a status update on the charter, followed by 2 presentations on exciting topics in the world of research. The program is rounded off by the submission of the Awards to the winning teams of the BiR&D Interdisciplinary Master of Science thesis program Call 2012 and Multi-disciplinary Ph.D thesis program Call 2013.

PROGRAM
14:30  Welcome drink
15:00  Belgium, THE better place for R&D - Introduction by Marc Van den Neste, President of BiR&D, CTO AGC-Glass Europe
15:20  What happens after the Charter? - by André Convents, Vice-President of BiR&D, Section Head R&D Household Care, Procter & Gamble
15:50  High Level Group on Innovation Policy Management - by Egbert Lox, Senior VP Government Affairs, Umicore
16:20  Innovation Circle - by François Cornelis, Chairman Innovation Circle and former President Petrofina
16:45  Award Ceremony - Introduction by FWO and FNRS BiR&D Interdisciplinary Master of Science Thesis program Call 2012 & Multi-Disciplinary PhD Thesis Call 2013
17:45  Cocktail


2013 2014 2015 2016 2017